Gepost op

Vraag uit de praktijk: checklist droge mond en vieze smaak

Een tijd geleden kreeg ik onderstaande casus toegestuurd met de vraag. Wat te doen? De informatie was te summier om een gedetailleerd antwoord te geven. Ik heb daarom deze checklist droge mond/ vieze smaak gemaakt.

CASUS

De heer Geerts (deze naam is gefingeerd) is onder behandeling bij een diëtist. Hij is 76 jaar oud en heeft ontzettend last van een droge mond en een vieze smaak.

Er is geen medische oorzaak bekend. De heer gebruikt medicatie.  

De heer Geerts heeft een redelijk gezond eetpatroon. Af en toe alcohol (glaasje wijn bij het eten). Het gebruik van kruiden en knoflook verergeren de klachten enorm.  ’s Nachts het meeste last van het droge mondgevoel. Hij drinkt dan iedere keer wat water.

Een klein snoepje geeft wat verlichting. De heer geeft aan dat zijn mondhygiëne goed is en dat dit niet de oorzaak kan zijn van zijn klachten.

 

Checklist

  1. SYMPTOMEN

Wat verstaat de heer Geerts onder droge mond en vieze smaak? Waar bestaan de klachten van meneer Geerts precies uit?

  • Heeft het droge mondgevoel invloed op het eten ( moeite met slikken, mijden van voedingsmiddelen en/ of vloeistof nodig om te kunnen slikken)
  • Heeft het droge mondgevoel invloed op drink/snoep gedrag ( regelmatig  drinken, wakker worden om iets te drinken, snoepjes gebruiken om te bevochtigen)
  • Wat voelt droog aan? Lippen, gezichtshuid, ogen, binnenkant mond en neus
  • Hoe ‘smaken’ koffie, chocolade en aardbeien? (dit zegt iets over de reuk)

2. MEDISCHE AANDOENING

Welke medische aandoening of symptomen die droge mondgevoel kunnen veroorzaken heeft meneer Geerts?

  • Sjögren-syndroom
  • Hoofd-halskanker
  • stress
  • SLE (Systemische Lupus Erythematodes)
  • RA (reumatoïde arthritis)
  • DMI (diabetes mellitus)
  • MS (multiple sclerose)
  • Hepatitis
  • Sarcoïdose

3. MEDICIJNGEBRUIK

Welke medicijnen gebruikt de heer Geerts. Controleer de afzonderlijke bijwerkingen als ook het effect van polymedicatie.

  • Verschillende medicijnen hebben droge mondgevoel als bijwerking. Polymedicatie is een veelvoorkomende oorzaak van droge mondgevoel. Bepaalde medicatie kan ook leiden tot bittere of metaalsmaak in de mond.

4. VOEDINGSANAMNESE

Hoeveel drinkt meneer Geerts? Te weinig vocht kan de oorzaak van een vieze smaak zijn. Controleer ook of de heer Geerts producten gebruikt die droge mondgevoel verergeren. En welke producten gebruikt de heer Geerts om het droge mondgevoel tegen te gaan?

5. MONDHYGIENE

Op basis waarvan beoordeelt de heer Geerts zijn mondhygiëne? Laat een MH of tandarts de mondhygiëne van de heer Geerts controleren (zeker nu er sprake is van een vieze smaak). Een slechte mondhygiëne kan de oorzaak van de klachten zijn. In de tandheelkundige praktijk is ook de mogelijkheid tot het uitvoeren van een speekseltest.  Hiermee kan de diagnose xerostomie of hyposalivatie gesteld worden. De mondzorg professional kan ook advies geven ten aanzien van preventie van cariës en bevochtigingsproducten.

Samenwerken makkelijker maken met INFORMED-APP

Met de Informed-app kan de tandarts of MH eenvoudig een behandelverslag mee geven aan de client met een exacte status van de mondhygiëne en de eventuele diagnose. Cliënten kunnen alle informatie van het consult bij de tandarts of MH nog eens nalezen. In deze casus zou een verslag met de bevindingen van de arts de diëtist inzicht geven in de bevindingen. Deze inzichten heeft zij nodig voor het opstellen van het stellen van de diëtetische diagnose en het behandelplan.

Voor meer informatie? Bestel het boek Voeding en Mondgezondheid of volg de cursus

 

Gepost op

Nooit meer boren met preventie!

 

Nooit meer boren met preventie? Dat kan, maar dan heeft u wel informatie van uw cliënt nodig……

Preventie, volgens een definitie van Wikipedia, is: Voorkomen dat er problemen ontstaan door van tevoren in te grijpen.

De mondzorgverlener heeft als doel het gebit van zijn cliënt zo gezond mogelijk te houden. Er zijn drie peilers die de mondzorgverlener hierbij screent:*

  1. De reiniging van het gebit door de cliënt
  2. De leefstijl factoren die een risico vormen voor het ontstaan van gebitsproblemen (roken, drugsgebruik, hobbies)
  3. Voeding

*Deze peilers zijn aanvullend op peilers waarop het gedrag van de client niet of zeer beperkt van invloed is zoals leeftijd, medicijngebruik en bepaalde aandoeningen of beperkingen.

Peiler 1: dagelijkse mondhygiëne

Vraag bij iedere controle de zelfzorg uit. Maar gebruik alstublieft controle vragen. Vragen als: Poets je iedere dag? En stook je?  kan de cliënt met een simpel ‘ja’ beantwoorden. Het zegt helaas niets over de kwaliteit van het poetsen. Hoe poetst hij precies? En gebruikt deze nog steeds een zachte tandenborstel? Of is hij overgestapt op de harde borstel die in de aanbieding was?

Gewoonten en routines kunnen veranderen door ander werk (‘Ik stookte altijd in de auto, daar had ik een pakje liggen. Ik ga nu met de fiets’) of doordat mensen gaan samenwonen (met iemand die minder aandacht aan het gebit besteedt of juist meer).

Ook kan je als cliënt wat relaxter worden als je al jaren geen gebitsproblemen hebt gehad. Natuurlijk zal de mondzorgverlener deze veranderingen in de mondhygiëne opmerken aan de hand van de problemen die in de mond ontstaan. Maar is dat niet juist te laat? Is preventie juist niet het voorkomen hiervan?

Peiler 2: Leefstijl-factoren

Ook leefstijl-factoren (en voedingsgewoonten, maar daarover later meer) die de mondgezondheid beïnvloeden, veranderen in de loop van de tijd. Mensen kunnen nieuwe hobbies krijgen en besluiten om marathons te gaan lopen.

Mensen kunnen ook in een andere sociale omgeving terecht komen. Vooral bij jongeren kan dit invloed hebben als ze bloot worden gesteld aan drugsgebruik of roken (wat gelukkig niet meer zo populair is). Vraag jij bij de jaarlijkse controle de leefstijl-factoren na. En heb jij het drugsgebruik van al je klanten in kaart? Of ga jij er vanuit dat 35-plussers geen XTC en coke gebruiken?

 

Peiler 3: Voeding

Om een goed preventieplan op te stellen heb je informatie over het voedingsgedrag al nodig bij de eerste afspraak. Maar iedere cliënt een voedingsdagboekje meegeven is te belastend en niet doelmatig (het doornemen hiervan kost te veel tijd).

Het preventief uitvragen van de voeding op een gestructureerde manier door middel van een voedingsanamnese (eventueel met crosscheck) gebeurd in de praktijk niet! De voedingsanamnese (in de vorm van een dagboekje) wordt meestal pas afgenomen als er sprake is van (eerste tekenen van) cariës of gebitsslijtage. Om een risico-inschatting te kunnen maken is het belangrijk de voeding van iedere cliënt in kaart te brengen

Om snel een goede inschatting van het voedingsgedrag te maken ontwikkelde Louise Witteman en Tiffany Claus de preventieve voedingsanamnese. Een snelle checklist die in in enkele minuten inzicht geeft in de meest risicovolle voedingsgedragingen.

Begin vandaag nog met het verkrijgen van een volledig inzicht in de risicogedragingen en omstandigheden van je cliënt. Neem eenvoudig bij iedereen een snelle preventieve voedingsanamnese af. Met een totaal inzicht in de drie peilers van preventie, hoef je nooit meer te boren 😉

 

 

 

 

 

 

Gepost op

Welke voedingsstoffen zitten waar in?

Voeding is een belangrijk onderdeel van preventie en behandeling in de tandheelkunde. Maar wat zit er eigenlijk in je voeding? Welke voedingsmiddelen bevatten vitamine D, vitamine C, magnesium, suikers en onverzadigde vetten?

Uit een kleine pilot die wij hielden onder tandartsen in opleiding blijkt dat het lastig is om de voedingsinformatie uit wetenschappelijk onderzoek om te zetten is naar de dagelijkse praktijk. Eén van de redenen is gebrek aan kennis over welke voedingsstoffen in welke producten aanwezig zijn. Het is daarom lastig om de voedingsanamnese te interpreteren.

Maar niet alleen zorgprofessionals kunnen deze kennis over voedingsstoffen ontberen, ook onze cliënten. En hoe kan deze meer vitamine C eten en minder suiker als ze niet weten waar het in zit? Met de online game King of FoodLand kun je deze kennis op een leuke en interactieve manier tot je nemen. Uit onderzoek met Wageningen Universiteit blijkt eveneens dat er significante kennisvermeerdering is door het spelen van het spel.

Test met King of Foodland je voedingskennis in 99 levels van heel makkelijk naar een hele uitdaging….Aan een android versie wordt gewerkt, maar iedereen met  iOs kan het vandaag al spelen.
Het spelletje is GRATIS te downloaden:

https://itunes.apple.com/…/king-of-foodland-r…/id1002321959…

Het is even doorspelen: de levels over suikers en koolhydraten starten bij level 39….Die over vitamines bij level 21…

Gepost op

Herkent u de uitsteller in uw cliënt?

Van ongezonde voeding naar een gezondere? Van tandenpoetsen naar interdentaal reinigen en poetsen? Daarvoor moet je je gedrag veranderen. En er is een dag dat je ermee zal beginnen. Bij de uitsteller ligt deze altijd in de toekomst. Herkent u in uzelf of uw cliënt een uitsteller. Uitstellers zijn geen luie mensen er schuilt iets diepers achter…

Uitstellen als zelfbescherming

Voor veel uitstellers is falen het ergste wat hen kan overkomen. Want een fout maken is een bevestiging van de ‘lozer’ die ze in zichzelf ontwaard hebben.

Veel uitstellers hebben een overactieve criticus.  De criticus is een (gedachte)stem, die altijd benadrukt wat je fout doet. De criticus wijst je missers en mankementen feilloos aan. Je herkent hem aan zinnen als: ‘dat had je anders moeten doen, je kunt ook niets en wat ben je toch dom!’ De criticus is een negatieveling en nooit positief.  Hij zorgt ervoor dat je je down en somber kan voelen.

Om aan de druk van de criticus in je hoofd te ontsnappen ontwikkel je de uitsteller (volkomen onbewust natuurlijk). De uitsteller zegt dingen als: ‘morgen weer een dag, volgende week begin ik en nu even niet.’ Hij is een meester in het verzinnen van redenen waarom je ergens niet aan zou beginnen. En inderdaad als je niet begint met het veranderen van een gewoonte dan kan het ook niet fout gaan..Zo behoedt de uitsteller je van een criticus aanval, met als negatieve bijwerking dat je doelen zoals het verbeteren van je(mond)gezondheid niet haalt.

De uitsteller in jouw cliënt

Mensen met uitstel-gedrag en weinig vertrouwen in hun eigen-effectiviteit hebben meestal een actieve criticus. Wil je een ingang om uitstel gedrag bespreekbaar te maken. Dit kan door middel van Motivational Interviewing. Vraag dan naast motivatie en belangrijkheid ook het vertrouwen uit, door na te vragen hoeveel vertrouwen de cliënt heeft in zijn eigen kunnen om het voorgestelde gedrag uit te voeren. Als hulpmiddel hierbij eventueel gebruik maken van de Informed-app Motivational Interviewing.

Leestips

Deze blog is gebaseerd op een artikel van HealthCounselingOnline een concept van Louise Witteman. Wil je meer lezen over de gedachten-stemmen zoals de uitsteller en de criticus? Ik ben een grote fan van het boek: De innerlijke criticus ontmaskerd geschreven door Hal & Sidra Stone. Wil je meer weten over de verschillende gedachten stemmen? Greta Noordenbos deed veel onderzoek naar gedachten-stemmen bij eetstoornissen en schreef hier ook enkele boeken over.

 

 

 

 

Gepost op

What’s in the name?

Mondhygiënist,  preventie-assistent of tandartsassistent? De strijd omtrent de titels en bevoegdheden in mondzorg ‘land’  is al lang aan de gang. En zoals altijd heeft iedereen een reden om zijn standpunt te verdedigen.

Misschien kunnen we ons voordeel doen met de overeenkomst die onlangs is gesloten tussen tandartsen voor orthodontie en orthodontisten….

Tandartsen die zich extra hebben verdiept in beugelbehandelingen gaan zich ‘tandarts voor orthodontie’ noemen. (namen als orthodontoloog, beugelspecialist, orthodontisch specialist, tandarts-orthodontist behoren daarmee tot het verleden) en tandartsen die een opleiding tot specialisme in de orthodontie hebben afgerond zijn orthodontisten.

Maar wat biedt deze oplossing de cliënt? Weet die nu het verschil? Wanneer kan ik beter kiezen voor de orthodontist? En wat mag de orthodontist wat de tandarts voor orthodontie niet mag. Ik, als diëtist, kan het er niet uit opmaken…

Ditzelfde geldt voor de preventie-assistent en de mondhygiënist. De preventie-assistent mag tot 3 mm onder het tandvlees en een mondhygiënist mag dieper reinigen. Het is voor de cliënt totaal niet controleerbaar waar het werk van de preventie-assistent ophoudt en dat van de mondhygiënist begint…De meeste cliënten weten immers niet eens hun DPSI (tandvleescijfer). Of nog erger, ze weten niet eens wie hen behandelt!

Maar het probleem speelt zich niet alleen in de tandheelkunde af….Weet de gemiddelde consument het verschil tussen een diëtist, voedingskundige voedingstherapeut, voedingscoach, voedingsspecialist, holistisch therapeut, orthomoleculair therapeut, voedingsadviseur, voedingsdeskundige, gewichts-of voedingsconsulent?

Hoe beoordeel je als consument de kwaliteit van de adviezen? Valt dit te toetsen? En is het aan jouw gegeven advies een voedingsadvies of een dieetadvies? Voedingsadvies mag iedereen geven… Alleen dieetadviezen zijn voorbehouden aan diëtisten. Maar weet de consument het verschil tussen beiden?

In Australië heeft de strijd om het kunstje te mogen uitvoeren hele andere vormen aangenomen. het is chirurgen daar verboden nog voedingsadviezen te geven. Dat zou voor de preventieve taken van de tandarts, mondhygiënist en preventie-assistent desastreus zijn.

Om een klein beetje transparantie aan te brengen heb ik alvast een lijstje gemaakt met de belangrijkste opleidingsverschillen, maar daar is nog lang niet alles mee gezegd…..Wie helpt mij?

Universitaire opleiding (master)

Tandarts (beschermde titel) die je ontvangt na afronden van de opleiding tandheelkunde aan de universiteit.

Voedingskundige ing. (beschermde titel) die je alleen mag gebruiken als je de opleiding Voeding en Gezondheid in Wageningen hebt afgerond.

HBO (bachelor)

Mondhygiënist  (beschermde titel)  ontvang je na afronden van de opleiding mondzorgkunde of in het verleden de opleiding mondhygiëne.

Diëtist (beschermde titel) die je mag gebruiken nadat je de opleiding voeding en diëtetiek succesvol hebt afgerond en je dus vier jaar les hebt gehad hierover

MBO-niveau of ?

Tandartsassistenten, (paro)preventie-assistenten, gewichtsconsulenten

Allerhande titels met voeding/ therapeut e.d.  in de naam kan je jezelf geven na het volgen van een cursus voedingsleer of therapie van welk instituut dan ook, maar een opleiding is niet noodzakelijk. Je mag ook zonder enige opleiding een  bordje ‘therapeut’ aan je gevel hangen en een praktijk openen…….

 

 

Gepost op

Wat tanden vertellen over de evolutie

Professor antropologie Debbie Guatelli-Steinberg schreef een boek over dit onderwerp. Een interview met haar staat op Dental tribune.Haar conclusie is dat veranderingen in de voeding naar een zachte en suikerrijke voeding, een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de toename van malocclusie en cariës. Een reden om deze informatie nog eens bij jullie onder de aandacht te brengen.

De switch naar een cariogene microbiotia

De samenstelling van de orale microbiota van de hedendaagse mens minder divers is dan in populaties die voor de industriële revolutie leefden zo blijkt uit tandsteen gevonden op skeletten . Het onderzoek laat zien dat de orale microbiota veranderen door de overgang van jagers-verzamelaars naar akkerbouwers naar een meer ziektegeassocieerde samenstelling. De microbiota veranderde tot de middeleeuwen niet noemenswaardig. De cariogene bacteriën kregen de overhand tijdens de industriële revolutie (bron).

De ontwikkeling van malocclusie en crowding

De oermens at vlees en groenten ongekookt. Bij hen kwam haast geen malocclusie en crowding voor. Crowding en malocclusie werden voor het eerst gezien 12.000 jaar geleden bij de eerste landbouwers in Zuidwest-Azië. Doordat we ons voedsel gingen snijden en koken werd de functie van de kaak minder belangrijk. Ons kaakbot werd smaller en de gebitselementen kregen minder ruimte. Tegelijkertijd zorgden de granen, die aan ons dieet werden toegevoegd er voor dat onze hersenen zich konden ontwikkelen.  De granen zorgden voor meer energie ( in de vorm van koolhydraten) om de groei en ontwikkeling te faciliteren (bron).

Wat zouden we nu moeten eten volgens de evolutie?

Een dieet hoog in koolhydraten (laag in mono-en disachariden) en laag in eiwit waarschijnlijk een goede basis voor een gezonde voeding. Voor meer informatie hierover lees Gezond en Vitaal oud worden van wijlen collega-arts Henk de Valk. Hij adviseert een voeding op basis van wat de vier gezondste (in leven zijnde volkeren eten) Of lees dit artikel in de Guardian, volgens onderzoekers hebben de Tsimane in de Amazone het gezondste hart.

 

 

 

Gepost op

Diabetes: de tandarts spoort op en dietist behandelt!

Opsporen

Parodontitis wordt wel de vijfde diabetes complicatie genoemd en Wijnand Teeuw , onderzoeker aan de ACTA promoveerde afgelopen vrijdag op onderzoek hiernaar.

‘Omdat parodontitis één van de complicaties is van diabetes, zou de aanwezigheid ervan kunnen fungeren als een vroege aanwijzing voor deze aandoening. Wijnand Teeuw deed onderzoek naar de aanwezigheid van niet-gediagnosticeerde diabetes mellitus onder parodontitis-patiënten.’

Tijdens zijn onderzoek vond hij bij  1 op de 5 mensen met ernstige parodontitis  verhoogde HbA1c-waarden, zonder dat de patiënten hiervan op de hoogte waren.

Op basis van zijn bevindingen concludeert Teeuw dat een tandheelkundige praktijk een goede plek kan zijn voor het screenen op deze volksziekte. Mensen bij wie er aanwijzingen zijn voor (pre-) diabetes of pre-diabetes kunnen zich vervolgens via de huisarts nader laten onderzoeken.

 

Behandelen

Als de diagnose diabetes mellitus is gesteld is medicatie niet altijd  noodzakelijk. Het is mogelijk om met de juiste voeding het Hba1C te normaliseren. Ik heb het in de praktijk bij tal van gemotiveerde cliënten zelf meegemaakt. Maar een jaar of 6 geleden werd dit nog niet serieus genomen en weggezet als  ‘onmogelijk’

Recentelijk onder leiding van hoogleraar diabetologie Hanno Pijl is hier verandering in gekomen en kan ook de gevestigde orde er niet meer om heen. Met voeding kan je diabetes omkeren. Het beperken van snelle suikers en de totale hoeveelheid koolhydraten zijn hierbij erg belangrijk.

Tandarts, vergeet daarom ook niet je cliënt naar de diëtist te sturen!

 

Wil je zelf je client op weg helpen? De basis adviezen voor een laag-glycemische voeding (een voeding bij diabetes en ter preventie van) vind je ook terug in het boek voeding en mondgezondheid op bladzijde 31. De folders die we hebben gemaakt over dit onderwerp om aan de cliënt mee te geven vind je in de informed-app.

En het mooie is natuurlijk, minder suiker is ook gelijk goed ter preventie van cariës!

 

Gepost op

Beste tandarts (en mondhygiënist)

 

Deze week verschijnt er een artikel in het Nederlands Tandartsenblad over de samenwerking tussen diëtisten en tandartsen.

Mogelijk wilt u ook gaan samenwerken met een diëtist, mail ons dan. Wij koppelen mensen in de buurt met elkaar. (Gratis en voor niets) 

 

Voeding en mondgezondheid wil graag de samenwerking ondersteunen en vraagt daarom ook uw hulp.

1.

Waar lopen tandartsen (en mondhygiënisten) tegen aan?

Bij het afnemen van de de voedingsanamnese en het geven en evalueren van voedingsvoorlichting aan cliënten ter preventie van problemen in de mond of ter ondersteuning van de tandheelkundige behandeling. Wij horen graag de verhalen uit de praktijk.

2.

Geef jij succesvol voorlichting?

Ben je een ervaren tandarts of mondhygiënist die al veel doet met voeding en bereid is zijn kennis met ons te delen? Dan horen we ook graag van jou!

3.

Werk jij al samen

Deel je ervaringen, do’s en don’ts met ons!

Gepost op

Voeding bij Dental and Mental care

Yvonne is mondhygiënist en praktijkeigenaar van Dental and Mental care. We vroegen haar  wat zij haar cliënten over voeding adviseert.

Je praktijk heet Dental and Mental care, vanwaar de naam?

De naam heb ik gekozen omdat ik behalve de zorg in de mond ook het stukje erom heen meeneem in mijn advies en behandeling naar de cliënt toe. Een persoon is niet alleen een mond met plaque, tandsteen en eventueel bloedend tandvlees. Er zit een mens van vlees, bloed, spanning, stress, gewoontes, situaties en soms ook medicijngebruik omheen. Dit alles heeft invloed op de mond en mondgezondheid. Ik vind het heel belangrijk om dat mee te nemen in mijn advies naar de cliënten toe.

Wie zijn jouw cliënten?

Mijn cliënten zijn er vanaf de leeftijd van 8 jaar en mijn oudste cliënt is om dit moment 92, waar ik super trots op ben! De oudere categorie cliënten begint heel langzaam aan te groeien. Ik persoonlijk bedoel bij de oudere cliënt de mensen vanaf 75 jaar en ouder. De grootste groep is die tussen de 45- 65 jaar. Dus eigenlijk vanaf jongs af aan in de stoel voor advies en behandeling.

Welke plaats heeft voeding in jouw praktijk?

Voeding heeft een plaats in elk advies. Ik zal geen intake doen zonder te vragen naar voeding, voedingsgewoonten en de zuurmomenten op een dag. Afhankelijk van een eventuele verwijsbrief en daarin aangegeven klachten ga ik er dieper op in. Maar wat ik altijd benoem is in ieder geval niet meer dan 7 zuurmomenten per dag en minimaal 30 minuten tussen eten en poetsen.

Wat betreft de verdere adviezen, dit is echt geheel afhankelijk van de vragen/klachten van de cliënten. Maar ik zie voeding niet als een los onderdeel van de behandeling, het is een integraal onderdeel van mijn behandeling. Ik vraag bij mensen ook na, in de nazorg, hoe het gaat met de aangegeven adviezen en of ze het nog volhouden. Bij lichte achteruitgang in de mond vraag ik ook altijd na of er veranderingen zijn wat betreft het voedingspatroon. Tevens vraag ik nu ook vaker door op de variatie van voeding en gebruik van voedingssupplementen, aangezien dit steeds vaker gebruikt wordt.

Welke klachten gerelateerd aan voeding zie je in de praktijk en hoe help je de cliënten hierbij?

Met name klachten gericht op cariës en tanderosie. De klachten rondom cariës zijn toch wel het meest makkelijk terug te herleiden naar voeding en voedingsgewoontes. Ook voor cliënten het meest makkelijk op te pakken gezien de resultaten die behaald kunnen worden met kleine aanpassingen. Maar ook duidelijke adviezen wat betreft het ontstaan en verder ontwikkelen van tanderosie en ook verkleuringen gerelateerd aan voeding en voedingsgewoonten zijn goed uit te leggen aan mensen. Zeker gezien de veranderingen in de tandheelkunde dat iedereen een stralend wit gebit wil. De basis

daarvan begint bij jezelf en de gewoontes. Niet alleen het poetsen en reinigen van de mond maar juist ook de voeding en voedingsgewoonten.

Hoe vergaar je informatie over de voedingsstatus van de cliënt tijdens het consult?

Eigenlijk altijd mondeling, heel zeldzaam op schrift. Dit laatste alleen bij zeer goed gemotiveerde cliënten die er voor open staan om er tijd en moeite in te steken het onderste uit de kan te halen.

Wat is jouw belangrijkste voedingsadvies aan de cliënt bij parodontitis?

Daar heb ik daar geen standaard advies voor, dit is per cliënt verschillend en heeft zeer zeker te maken met de voedingsgewoontes tot dan toe. Ik vraag wel door op eetmomenten, suikergebruik van de dag. Verder is medicijngebruik van grote invloed, stress, leefstijl op dat moment, thuis- situatie.

Is er volgens jou voldoende goed voorlichtingsmateriaal beschikbaar over voeding en mondgezondheid?

Persoonlijk vind ik het heel lastig om voorlichtingsmateriaal als goed te bestempelen omdat ik zelf vind dat voorlichtingsmateriaal wat gemaakt wordt nog steeds bedoeld is om aan grote groepen mee te kunnen geven. Dit is niet op de persoon gericht, ik ga er van uit dat elke cliënt een eigen individu is met eigen gewoontes, ideeën en situaties. Verder is er zoveel tegenstrijdige informatie te vinden, zowel op het gebied van mondzorg als op het gebied van voeding dat het soms lastig is om mensen mee te krijgen in het advies wat ik geef. Juist door de tegenstrijdigheden die met name via internet te vinden zijn is het (erg) lastig om uit te kunnen leggen wat het beste zou zijn voor die individu.

Werk je wel eens samen met een diëtist? Zo ja hoe loopt dat, zo nee, waarom niet

Op dit moment ben ik in gesprek met een voedingscoach en orthomoleculair therapeut (red:is geen diëtist) in Houten om in samenwerking/samenspraak met haar meer te kunnen doen voor mijn cliënten. Ik heb nu eenmalig bewust een cliënt doorverwezen en die is heel tevreden over de gekregen adviezen. Met de therapeut ben ik nu in de beginnende fase wat we voor elkaar zouden kunnen betekenen voor onze cliënten maar ook voor de verschillende projecten die lopen op het gebied van voeding, gezondheid en dus ook de gezonde mond. Hopelijk kunnen we op deze manier de gezonde mond ook meer op de kaart krijgen binnen de gezondheidszorg.

Afbeelding: logo dental&mental healthcare

 

 

Gepost op

Samen naar dentale voedingszorg

In deze blog een link naar een artikel wat de NVD heeft gepubliceerd over de samenwerking tussen mondzorg-verlener en diëtist. Open hier het artikel via de link.

Gepost op

6 knelpunten bij preventie tanderosie

Wat zijn de succesfactoren en knelpunten bij de preventie van tanderosie bij kinderen?

 

Kelsey Picauly (vierde jaars student Voeding en Diëtetiek) deed voor haar afstudeerscriptie onderzoek naar de preventie van tanderosie bij kinderen (screening, diagnose, voedingsanamnese, voorlichting en adviezen) Zij interviewde hiervoor mondzorgverleners in een  aantal tandarts / mondzorgpraktijken.

Hieronder beschrijft zij de belangrijkste knelpunten genoemd door mondzorgverleners en geeft zij mogelijke oplossingen. De oplossingen zijn mede gebaseerd op de door de mondzorgverleners genoemde succesfactoren.

Knelpunt 1: Focus op tanderosie onvoldoende in de mondzorgpraktijk.

Oplossing: Het implementeren van primaire en secundaire preventie van tanderosie bij kinderen in de mondzorgpraktijk door middel van een vaste screening bij elk consult. Hierbij is het van belang dat de screening en diagnose volgens vastgestelde criteria worden uitgevoerd (bijvoorbeeld met de module uit de Informed-app).

Voor de voorlichting aan kinderen is materiaal nodig dat aansluit bij de belevingswereld van kinderen. Foto’s van tanderosie kunnen een bijdrage leveren aan de bewustwording over dit probleem.

 

Knelpunt 2: Focus onvoldoende bij consultatiebureaus en scholen.

Oplossing: Het geven van voorlichting over voeding in relatie tot mondgezondheid als vast onderdeel van het consult bij het consultatiebureau. Daarnaast dient in lessen over voeding de invloed op mondgezondheid behandelt te worden.

 

Knelpunt 3: Het onderwerp Voeding en mondgezondheid is onderbelicht bij de  tandheelkunde / mondzorg-opleidingen en opleiding tot diëtist.

Oplossing: Aandacht voor het onderwerp voeding en mondgezondheid in de opleidingen. Werk aan de winkel voor alle opleidingsmanagers 😉

 

Knelpunt 4: In de mondzorgpraktijken wordt de voeding van de cliënt onvoldoende achterhaald, waardoor er onderrapportage optreedt en er geen gerichte behandeling kan plaatsvinden.

Oplossing:Vraag de voeding preventief uit dus niet alleen bij zichtbare slijtage en zet eventueel de diëtist in. Een voedingsvragenlijst (zoals in de informed-app) is hiervoor geschikt. Het voedingsdagboek kan ook worden ingezet indien slijtage al zichtbaar is. Dit geeft zowel de professional als de cliënt inzicht in het voedingspatroon. Bij het achterhalen van de voeding is van belang dat het consumptiegedrag (manier en frequentie van eten en drinken) wordt nagevraagd en dat er goed wordt doorgevraagd bij onduidelijkheden.

 

Knelpunt 5: Er wordt geen gebruik gemaakt van preventie-methoden tijdens mondzorgconsulten.

Oplossing: Stage of Change Model in combinatie met Motivational Interviewing dragen bij aan een succesvolle gedragsverandering van de cliënt. Dit model wordt in de praktijk niet vaak toegepast, maar de Informed-app kan helpen dit eenvoudig in te zetten. Bij geen verbetering is het zinvol de cliënt door te verwijzen naar de diëtist voor de verdere aanpak op gebied van voeding en gedrag.

Knelpunt 6: De motivatie, het voedingspatroon en de onwetendheid bij zowel ouder als kind.

Oplossing: Ouders en kinderen voorlichten over de risicofactoren van tanderosie en hierbij het belang aangeven van preventief handelen. Maak tijdens de voorlichting gebruik van plaatjes met tanderosie om een schikreactie te creëren en betrek de ouders erbij. In geval van een zeer erosief voedingspatroon en achteruitgang van de mondgezondheid kan de diëtist de behandeling op gebied van gedrag en voeding van de mondzorgverleners overnemen.

 

Voor achtergrondinformatie en verdere onderbouwing wil ik verwijzen naar het uitgevoerde onderzoek: “Tanderosie: inventarisatie van knelpunten en succesfactoren betreffende de preventieactiviteiten” door K. Picauly, 4dejaars student Voeding en Diëtetiek, 2016. Dit onderzoeksrapport is te verkrijgen door te mailen naar boek@voedingenmondgezondheid.nl

 

Image: voedingspiramide

Gepost op

Implementeer voeding in de praktijk. Start maandag nog!

 

Je weet welke invloed voeding heeft op de mondgezondheid. Er is genoeg literatuur, die de relatie aantoont, beschikbaar. Maar hoe zet je deze kennis nu om naar een voedingsadvies aan de cliënt?  In de praktijk lopen mondzorgverleners tegen vragen aan als:

Hoe krijg ik snel inzicht in de voeding van mijn cliënt?

Hoe zorg ik voor een gestructureerde voedingsanamnese?

Hoe maak ik de voedingsanamnese minder belastend voor de client?

Welke vragen stel ik bij cariës, tanderosie en parodontitis?

Hoe zorg ik dat de client het voedingsadvies onthoudt?

Hoe zorg ik ervoor dat de cliënt het voedingsadvies opvolgt?

Hoe geef ik aanvullende folders over voeding mee?

 

De voedingsanamnese

Een voedingsadvies start met een  (voedings)anamnese. Het afnemen van een gestructureerde anamnese verkleint de kans dat je iets vergeet te vragen. Bij tanderosie vraag je misschien wel snel naar frisdrank, maar niet bijvoorbeeld altijd naar het gebruik van augurken, rauwkost of smoothies, waardoor je geen volledig beeld hebt van de voedingsrisico’s.

Om er voor te zorgen dat je sneller meer grip krijgt op het voedingspatroon van de cliënt heb ik de digitale voedingsanamnese ontwikkelt als onderdeel van de Informed-app. Je kan er voor kiezen om samen met de cliënt de anamneses aan de stoel af te nemen. De cliënt kan het ook zelf doen in de wachtkamer.

Er zijn vier voedingsanamneses:

preventieve voedingsanamnese- snelle indruk van risicofactoren cariës en tanderosie

voedingsanamnese volwaardig – beoordeel of de voeding volwaardig is, als onderdeel van de parodontitis behandeling

voedingsanamnese suikers en zuren – risicovoeding voor cariës en tanderosie

voedingsanamnese compleet – uitgebreid beeld

 

Aanvullende anamneses

Naast de voedingsanamnese kan je ook aanvullende anamneses afnemen met de Informed-app. Deze zorgen ervoor dat je het (voedings)advies beter kan afstemmen op het individu. Ze geven antwoord op vragen als:

Welke belemmeringen ervaart de cliënt bij het veranderen van zijn voedingspatroon?

Wat wil de cliënt bereiken?

Hoe gemotiveerd is hij?

Hoeveel vertrouwen heeft zij in haar eigen kunnen?

Krijgt de cliënt voldoende sociale steun?

Is dit het juiste moment om de voeding aan te pakken? 

Welke invloed hebben sport en werk op het voedingspatroon?

 

De basis voor het voedingsadvies

Als het beeld compleet is maak je samen met de cliënt een voedingsadvies / verander-plan. Doordat je meer over de client weet kan je het voedingsadvies beter afstemmen.Stel je cliënt eet veel tussendoortjes. Dan kan je alleen advies op maat geven als je weet waarom je cliënt dit doet. Slaat zij maaltijden over? Heeft zij diabetes? Is hij een lekkerbek, emotie-eter of heeft hij last van lage bloedsuikers?

Wat moest ik ook alweer doen?

Alles wat je bespreekt en adviseert kan je eenvoudig noteren in de Informed-app. De Informed-app creëert een verslag van hetgeen tijdens het consult is besproken.  Je kunt dit verslag direct na de behandeling aan de cliënt doorsturen. Zo kan de cliënt alles nog eens rustig nalezen. Daarnaast kan hij de door de mondzorgverlener toegevoegde folders  van het Ivoren Kruis of de Informed-app over: verstandig snacken, suiker en cariës, voeding en parodontitis, hongergevoel voorkomen of hoe ziet gezonde voeding eruit? er nog eens op naslaan.

Hoe makkelijk en klantvriendelijk kan het zijn? Start maandag nog!

 

 

 

 

 

Gepost op

Nieuw: de digitale voedingsanamnese

Eindelijk is het zover: Tiffany Claus en ik hebben er lang aan gewerkt. Zie hier het resultaat! Nog nooit was het afnemen van de voedingsanamnese zo eenvoudig. Neem een kijkje op informed-app.nl en begin vandaag nog!

adv_informed_app_v3

Gepost op

De diëtist in de tandartspraktijk; Den Haag loopt voorop!

 

 

Sinds 2013  houd ik, diëtist Liesbeth Smit, spreekuur bij een tandartsenpraktijk. Deze samenwerking is voor mij een hele logische, maar lang niet voor iedereen. Hierbij een kijkje  in de keuken van Diëtistenpraktijk Prima Voeding en Jeugdtandzorg West in Den Haag. Ik denk dat een moderne tandartsenpraktijk niet meer zonder diëtist kan, maar overtuig uzelf!

9:00

Ik start de dag met een intake voor een Turkse jongen van 13 jaar. Om de zorg laagdrempelig te houden, bieden we hier een korter intakegesprek aan dan voor volwassenen. We starten met een intake van een half uur.  Tijdens dit gesprek neem ik de voedingsanamnese af door middel van een 24-hour recall en een aantal cross-check vragen. Hiervoor is er vooraf door de jongen en zijn moeder al een voedingsdagboek van een schooldag ingevuld. We bespreken de uitkomsten hiervan en geef aan de hand hiervan de eerste adviezen. 

Deze jongen heeft veel last van cariës, daarnaast heeft hij een gezond gewicht. Uit zijn voeding blijkt dat hij veel fruit eet verdeeld over meerdere eetmomenten  en veel suikerrijke dranken drinkt. Daarnaast gebruikt hij weinig zuivelproducten en weinig groenten. Ik wil graag dat hij de inname van zuivel en groente (o.a. vanwege de vezels) verhoogt. Zuivelproducten beschermen het gebit tegen de ontwikkeling van cariës. En vezels zorgen voor een langer verzadigingsgevoel, waardoor je minder snel trek hebt in (ongezonde) tussendoortjes. Daarnaast zorgen de vezels voor betere oral clearance.
Fruit en suikerrijke dranken bevatten (fruit)suikers die de ontwikkeling van cariës bevorderen. Ik laat zien hoeveel suikerklontjes de dranken bevatten. Van de hoeveelheid suikerklontjes in de dranken heeft hij echt geen idee en ook moeder schrikt hiervan.

We hebben, in overleg, afgesproken dat hij nog maximaal 1 drankje met suikers (inclusief vruchtensuikers) drinkt en de andere dranken vervangt door water, melk of thee zonder suiker. Ook zal hij meer zuivelproducten gaan gebruiken, zoals geadviseerd volgens de richtlijnen van de Gezondheidsraad. We spreken eveneens af dat hij bij de lunch en warme maaltijd vaker rauwkost zal eten. Dit lust hij namelijk wel en daardoor eet hij meteen meer groenten. Hij mag wel fruit blijven eten, omdat dit belangrijke voedingsstoffen bevat, zoals vezels, vitaminen en mineralen, maar niet meer verdeeld over de hele dag. Hij kan dit gebruiken als tussendoortje en in één keer opeten.
We spreken af dat we elkaar na 3 maanden weer zien om te evalueren hoe het gaat. Hij is dan ook al bij de tandarts terug geweest en dan weten we ook meteen of de aanpassingen in de voeding resultaat hebben.
 

9:30

Daarna zie ik een Marokkaans meisje van 9 jaar. Zij komt al voor de 5e keer bij mij op het spreekuur. Zij heeft last van cariës, maar daarnaast ook overgewicht. Toen ze bij mij kwam gaf ze aan dat ze graag minder gaatjes wil. En na de eerste keer meten en wegen, was het voor haar en haar ouders duidelijk dat ze ook af moest vallen. Ze heeft goede aanpassingen gedaan in haar voeding en valt ook goed af. Haar ouders steunen haar daar goed in en halen gezonder eten voor haar in huis. Hierdoor is het voor haar makkelijker vol te houden. Daarnaast neemt ze nu water in een leuke fles mee naar school, in plaats van 2 pakjes sap. Haar suikerinname is sterk verminderd sinds de eerste keer dat ze bij me kwam. Van de 6 drankjes met suiker die ze dronk per dag, drinkt ze nu er nog maar één en dat alleen om de dag. Hiermee drinkt ze alleen al zo’n 22 suikerklontjes per dag minder!
De laatste controle bij de tandarts was goed. En daar was ze erg blij mee.  

10:15

Als derde zie ik een Turkse jongen van 10 jaar. Hij komt voor de 2e keer. Hij heeft last van cariës, maar juist in combinatie met ondergewicht. We moeten dus zorgen dat hij met gezonde voeding met voldoende energie wat aankomt en minder last krijgt van gaatjes. Zo gebruikt hij nu een plakje extra kaas of worst of brood en smeert extra veel boter. Zijn moeder doet ook een lepel extra olie door zijn  eten en hij is volle zuivelproducten gaan eten. Een hele opgave, maar gelukkig niet onmogelijk. Hij is 1 kg aangekomen en 1 cm gegroeid in 6 weken tijd. En daarmee is hij weer wat dichter bij een gezond gewicht gekomen.

11:00

Daarna komt een Iraanse jongen van 10 jaar op mijn spreekuur. Ik heb hem al een aantal malen gezien. Hij is een echte smulpaap en vindt het lastig om zijn voedings- en beweeggewoonten aan te passen. Naast cariës heeft hij ook fors overgewicht. Het lukt hem echter niet om zijn gewicht stabiel te houden bij lengtegroei. We bespreken vooral wat hij moeilijk vindt en hoe hij dat anders zou kunnen aanpakken. Hij geeft bijvoorbeeld aan dat hij alles zo lekker vindt en altijd trek heeft. Door nog eens de voedingsanamnese door te nemen, blijkt dat hij weinig drinkt en weinig vezelrijke producten eet. Sommige mensen die weinig drinken verwarren soms dorstgevoel met hongergevoel en je kan dus trek in eten krijgen als je te weinig drinkt, terwijl je lichaam eigenlijk behoefte  heeft aan een glas water. Ik adviseer bij deze jongen dan ook om bij trek eerst een groot glas water te nemen en dan goed te voelen of hij nog trek in wat te eten heeft. Daarnaast adviseer ik hem meer vezels te eten. Hij gaat de komende tijd met deze tips aan de slag. Hopelijk heeft hij hiermee handvatten gekregen om stap voor stap dingen aan te passen.

11.30

 Als laatste zie ik nog 2 Marokkaanse broertjes van 10 en 4 jaar. Zij zijn al gedurende 2 jaar bij mij onder begeleiding om af te vallen en in verband met cariës. Inmiddels hebben ze geen gaatjes meer, maar zijn ze nog bezig om een gezond gewicht te krijgen. Beiden lukt het goed om het gewicht stabiel te houden en ze groeien goed in lengte. Hierdoor wordt hun BMI (Body Mass Index) steeds gezonder. Met het hele gezin (8 kinderen) zijn ze gezonder gaan eten: meer water gaan drinken,  voldoende groenten en eten bruin brood in plaats van wit. Ook zijn ze meer gaan bewegen en dit heeft voor iedereen een positief resultaat. De ouders van deze kinderen staan heel erg open voor advies en pakken het ook daadwerkelijk op. Daarbij zijn ze ook consequent en dat maakt dat hun kinderen het goed volhouden. Voorbeeldgedrag speelt een belangrijke rol. En deze ouders geven het goede voorbeeld.

Win-win situatie

Een gezonde mond in een gezond lichaam. Als gezondheidsproblemen, in de mond, ontstaan door voeding, is de diëtist de aangewezen persoon om aan door te verwijzen.  Een diëtist is de expert in het geven van dieet- en voedingsadvies. De diëtist maakt in samenspraak met de client een op maat gemaakt advies. Hierbij maken we gebruik van Motivational Interviewing, waarbij we vooral de kinderen en de ouders zelf met oplossingen laten komen, zodat het advies ook echt makkelijk(er) toepasbaar is voor hen.

Vergoeding uit de basisverzekering

De begeleiding bij de diëtist voor zowel volwassenen als kinderen wordt vergoed vanuit de basisverzekering door de zorgverzekeraar. Voor kinderen onder 18 jaar valt de begeleiding buiten het eigen risico. Er zitten dus geen kosten aan verbonden voor ouders.

In totaal wordt op jaarbasis drie uur behandeltijd vergoedt. Dit komt neer op  5-9 consulten per jaar, afhankelijk van de ernst van de problematiek en eventuele taal barrière . Hierdoor hebben diëtisten gewoon weg meer tijd om dieper op de voeding en gedragsverandering in te gaan dan een tandarts, mondhygiënist of preventie-assistent.

Betere resultaten, leuker werk!

De medewerkers in de tandzorg zijn blij met deze extra ondersteuning. Zij geven aan weinig tijd te hebben om in te zetten op leefstijlverandering. Hierdoor kunnen zij zich meer richten op de dentale behandeling. Ze zien ook verbetering terug bij de kinderen, wat het werk leuker maakt. Kinderen zijn minder bang. Ze krijgen vertrouwen als ze al een tijdje geen gaatjes meer hebben, doordat ze hun voeding en poetsroutine hebben aangepast.
Doordat we elkaar regelmatig zien, zijn de lijnen kort en we hebben regelmatig overleg.

Samenwerken met de diëtist is voor iedereen een win-win situatie. Bent u het met mij eens?

Gepost op

Hoeveel suiker is verwaarloosbaar? vraag uit de praktijk

Onlangs vroeg iemand mij: “Wanneer mag je de hoeveelheid suiker in een product ‘verwaarloosbaar’ noemen?”

Zover ik weet is er geen wetenschappelijk onderzoek beschikbaar wat hierover uitsluitsel geeft, maar hierbij een poging om naar aanleiding van de beschikbare kennis hier een uitspraak over te doen.

Het is duidelijk dat de suikerfrequentie een belangrijke invloed heeft. Hoe vaker het gebit wordt blootgesteld aan suiker, hoe hoger het cariësrisico. Beperk daarom het aantal eet-/ drinkmomenten tot maximaal zeven.

Maar niet alleen de frequentie maar ook de hoeveelheid suiker in het dieet bepaald het risico op het ontstaan van cariës. Het cariës-risico is laag als de hoeveelheid suiker op jaarbasis niet de  10 kg per jaar (ongeveer 25 gram per dag) overschrijdt, zo concludeert de WHO. Het geschatte suikergebruik in Nederland ligt rond de 40 kg per persoon per jaar (110 gram per dag).

sugar cookiesHoe zit dat dan met de hoeveelheid suiker per product?

Hieronder staat de hoeveelheid suiker (per 100 gram product) vermeld van een aantal producten die als niet cariogeen worden beschouwd.

spitskool – 1,6 gram suiker

ijsbergsla – 1,6 gram suiker

komkommer – 1,7 gram suiker

avocado – 1,8 gram suiker

erwtensoep -1,9 gram suiker

volkorenbrood – 1,9 gram suiker

tomaat – 2,9 gram suiker

volle melk – 4,4 gram suiker*

magere yoghurt – 4,1 gram suiker*

*Zuivel bevat lactose (melksuiker). Dit is een disaccharide die minder cariogeen is dan de andere suikers, maar wel degelijk cariës kan veroorzaken. Het lijkt erop dat dit vooral cariës veroorzaakt als de verblijfsduur en consumptietijd lang zijn en de oral clearance minder (gedurende de nacht bijvoorbeeld).

Er is geen afkapwaarde bekend, een bepaalde hoeveelheid suiker in een product waarop een product cariogeen wordt. Waarschijnlijk ligt dit ook niet alleen aan de hoeveelheid suiker in het product maar ook aan de hoeveelheid beschermende stoffen (calcium, fosfaat, vetten en vezels)*, de verblijfsduur in de mond, consumptietijd en de mate van oral clearance die het verorberen van het product met zich meebrengt. In de praktijk betekent dit dat iemand  in plaats van een koekje met limonade beter thee (zonder suiker) kan drinken met daarbij wat fruit met noten .
*Over in welke mate deze stoffen bescherming bieden is discussie.

STRAWBERRY2_resized

De cariogeniteit van een product is niet vast te stellen door alleen naar de hoeveelheid suiker te kijken. Het gaat om het totale effect van de producteigenschappen en het voedingspatroon. Op basis van de informatie die we hebben uit epidemiologisch onderzoek weten we dat een onbewerkte voeding daar een goede leidraad voor is. Je kunt hiervoor de voedingspiramide als leidraad gebruiken. Hier vind je gratis voorlichtingsmateriaal.

nuts-mixed-unsaltedHeb je ook een vraag? Of ben je het niet of juist heel erg met mijn conclusie eens? Mail mij boek@voedingenmondgezondheid.nl.

Bronnen:

boek: voeding en mondgezondheid

Nederlandse voedingsstoffenbestand

Gepost op

T96 en M01:De voedingsanamnese

Als mond-zorgverlener wil je weten welk aandeel voeding heeft op het verloop van een ziekte of om een goede risico-inschatting te maken.

De voedingsanamnese kan je declareren onder de volgende codes: M01 Preventieve voorlichting en/ of instructie declareren of T96 Uitgebreide voedingsanalyse. Als je de voedingsanamnese ook als evaluatie tool gebruikt kan je ook M02 declareren. Je evalueert dan bijvoorbeeld of iemand minder eetmomenten is gaan gebruiken. T96 kan je declareren als onderdeel van de parodontitis behandeling

De voedingsanamnese is een aanvulling op de sociale-, klachten-, en medische anamneses en geeft je inzicht in de voedingsfactoren die het risico op een aandoening verhogen of die klachten kunnen verergeren. De kans dat iemand met aften een B12 tekort heeft is groter als hij bijvoorbeeld ouder is, metformine gebruikt of  vegetarisch eet. Bij parodontitis is een volwaardige voeding van belang. Hoe krijg je als mond-zorgverlener op een snelle manier inzicht hierin? 

Welke reden je ook hebt om een anamnese af te nemen, het is belangrijk om het doel duidelijk te hebben. Hieronder drie vraagstellingen

Gebruikt mijn cliënt een volwaardige voeding?

Een volwaardige voeding draagt bij aan de conditie en immuniteit van de cliënt. Dit kan helpen bij het inschatten van risico’s op voedingsdeficiënties of het herstel na een (dentale) ingreep. Als je wilt weten of de voeding volwaardig is vraag je het gebruik van alle voedingsgroepen uit. Bijvoorbeeld hoeveel groente heeft u gisteren gegeten? Hoe vaak wekelijks eet u vlees bij het avondeten of hoe vaak eet u peulvruchten, en als u ze eet, hoeveel dan?

De hoeveelheden kan je in een voedings-berekeningsprogramma als Foodfigures, Dieetinzicht of de Eetmeter berekenen. Een andere optie is om de hoeveelheden te vergelijken met aanbevolen hoeveelheden uit voorlichtingsmodellen, om zo een indicatie te krijgen. Dit kan niet als mensen een specifiek dieet volgen om medische redenen. Het uitvragen van alleen het groente en fruit gebruik kan ook een indicatie zijn voor de volwaardigheid van de voeding.

Eet mijn cliënt voldoende vitamine C?

Als je wilt weten of jouw client voldoende vitamine C binnenkrijgt ter ondersteuning van de behandeling bij parodontitis is het zinvol om het groente en fruitgebruik in kaart te brengen. Vraag ook naar het gebruik van groente -en fruitsappen en het gebruik van voedingssupplementen.

De hoeveelheid groente en fruit zal niet altijd voldoende inzicht geven. Ook van belang om te weten welke groentesoorten en vruchten iemand eet. Het scheelt nogal of iemand 2 appels eet per dag ( 2 x 8 =16 mg vitamine C) of 2 kiwi’s (2 x 60=120 mg). Vergelijk de hoeveelheden met de aanbevelingen en controleer ook de factoren die de behoefte aan vitamine C kunnen verhogen.

Is voeding een oorzakelijke factor bij het ontstaan van gebitsslijtage?

Om voeding als oorzaak van gebitsslijtage uit te sluiten is het belangrijk om de zuren in de voeding in kaart te brengen. Welke zuren worden met regelmaat gebruikt, wanneer en hoe?

Je kan deze informatie vergaren door te vragen naar het gebruik van (fris)dranken, fruit, ingemaakte groenten, sauzen en dressings. Als je alleen naar dranken vraagt mis je andere risico-voeding, zoals het citroentje op nuchtere maag of de zuurkoolsap.

Het klinkt zo simpel.

Het klinkt zo simpel en dat is het eigenlijk ook als je voldoende kennis beschikt over dit onderwerp. Je kan er dus voor kiezen om de interpretatie van de voedingsanamnese en eventuele berekeningen aan een (in mondgezondheid gespecialiseerde) diëtist over te laten. Of je kan er voor zorgen dat je kennis over dit onderwerp toeneemt of up-to-date is.

Hieronder een rijtje met kennis en skills die je nodig hebt:

  • Voedingsanamnese

  • De voor-en nadelen van de verschillende methoden; de 24-hours recall, de dietary history methode, de cross-checkmethode, de dagboekmethode.

De keuze van de methode is afhankelijk van de diagnose, mogelijkheden van de cliënt, tijd en vergoeding.

  • De invloed van voeding op de (mond)gezondheid

  • (Voedings-gerelateerde) klachten als gevolg van medicatie
  • Klachten in de mond die tot ondervoeding kunnen leiden
  • Klachten in de mond die kunnen ontstaan als gevolg van een bepaald voedingspatroon
  • Klachten in de mond waarbij een goede voeding van belang is
  • Klachten in de mond die het gevolg zijn van een tekort aan nutriënten

 

  • Basis voedingskennis:

  • Gezonde voeding: Richtlijnen en referentievoeding voor (ogenschijnlijk) gezonde personen en bijzondere groepen (DM, sporters etc)
  • Voorlichtingsmodellen en aanbevolen hoeveelheden.

De basisrichtlijnen zijn geformuleerd in de richtlijnen goede voeding en de artsenwijzer diëtetiek. Als referentievoeding kunnen bijvoorbeeld voorlichtingsmodellen als de Schijf van Vijf en de Voedingspiramide dienen. Individuele voedingsadviezen worden gemaakt bij voorkeur op basis van evidence based medicine: best beschikbare bewijs, voorkeuren, wensen en mogelijkheden van de cliënt en ervaring van de mondzorg-verlener.

Productkennis

  • (Merk)namen, portiegrootte en basisinformatie
  • Ingrediënten
  • Voedingsstoffen

Meer weten? Kom naar de VPM Regiotour!
Schrijf u nu in via http://bit.ly/1MHRX6Q
Locatie:Drachten, 18.00 – 21.00u

 

Gepost op

Aanmaaklimonade en suiker op het etiket; een vraag uit de praktijk

Vraag:

In sommige aanmaaklimonades staat bij de ingrediënten: vruchtensap uit concentraat. Wordt hiermee fructose bedoeld? Fructose is toch ook soort suiker? Zou dit dan niet in de voedingswaarde tabel vernoemd moeten worden als suiker? 

Bijvoorbeeld bij RAAK staat ondanks dat er 10% (vruchtensap)concentraat toegevoegd is, in de tabel met voedingswaarden dat het 0 g suiker bevat.

Antwoord:

Als vruchtensap uit concentraat bij de ingrediëntendeclaratie staat vermeld betekent dit, dat de producent dit als ingrediënt heeft toegevoegd. Als je het vergelijkt met een recept:  De producent heeft bij het maken van de aanmaaklimonade geen fructose toegevoegd maar vruchtensap uit concentraat. Er wordt hiermee dus geen fructose bedoeld.

In vruchtensap zit wel fructose. Fructose is hetzelfde als vruchtensuiker en is van nature aanwezig in fruit en dus ook in het sap ervan. Fructose is een monosaccharide en dus cariogeen.

Uit onderstaande ingrediëntendeclaratie van RAAK blijkt dat 10% van het totale product bestaat uit vruchtensap uit concentraat. Uit de volgorde van de ingrediëntendeclaratie kan je opmaken dat er meer water in de limonade aanwezig is dan vruchtensap uit concentraat en minder voedingszuren dan vruchtensap uit concentraat.

Raak

De voedingswaarde declaratie

Een producent heeft drie mogelijkheden om de voedingswaarde te bepalen:

  1. Door analyse van de voedingswaarde van het levensmiddel door een laboratorium
  2.  Door berekening op basis van de gemiddelde voedingswaarde van de gebruikte 3. grondstoffen. In dit geval wordt de voedingswaarde van het ‘recept’ berekend op basis van de ingrediënten. De voedingswaarde van de ingrediënten kan hij opzoeken in de NEVO-tabel
  3. Door de voedingswaarde te baseren op algemeen bekende en geaccepteerde waarden. De producent kan bijvoorbeeld voedingswaarde die bekend is van een melk of roomboter of appelsap op de melk, roomboter of appelsap zetten die hij verkoopt. Hij hoeft dan niet zijn eigen product te laten onderzoeken in een laboratorium. Hij kan deze gegevens opzoeken in de NEVO-tabel.

Er zijn richtlijnen voor het afronden en de toegestane afwijkingen.

De hoeveelheid suiker  mag als volgt worden afgerond:

≤ 0,5 g per 100 g = 0

< 10 g per 100 g: 1 cijfer achter de komma

≥ 10 g per 100 g: geen cijfer achter de komma

In de RAAK limonade is 0,2 gram koolhydraten aanwezig, waarvan volgens het etiket 0 gram suikers (mono-en disaccharide). Dit komt waarschijnlijk door afronding. Minder dan 0,5 gram suiker mag worden afgerond naar o.

Meer informatie over het lezen van verpakkingen lees je hier of in het boek  Voeding en Mondgezondheid (hoofdstuk 27) en in het boek Voedingspiramide

Gepost op

Gedragsverandering en MI

 

Motivational interviewing  (MI) wordt vaak gepresenteerd als het antwoord bij therapie-ontrouw. Het is waar dat MI een belangrijke rol speelt in het proces van gedragsverandering, maar met alleen MI kom je er niet. Het veranderingsproces bestaat uit 6 fasen.

  1. Probleembewustwording
  2. Afweging
  3. Besluitvorming
  4. Actie
  5. Gedragsbehoud
  6. Terugvalpreventie

 

MI is de belangrijkste gesprekstechniek tijdens de afwegingsfase in het begin van het veranderproces. Tijdens de besluitvormingsfase en actiefase maak je,  afhankelijk van de belemmeringen, aanvullend gebruik van andere technieken zoals cognitieve therapie, acceptance -en commitment therapie en interventies om coping-strategieën te veranderen en weerbaarheid en eigen effectiviteit van de cliënt te verhogen.

Hieronder een overzicht van de acties in de verschillende fases.

 

1. Wat is het probleem?

De hulpverlener legt uit wat de relatie is tussen het gedrag (veel en vaak snoepen) en het ontstaan van het probleem (cariës). Hij gebruikt hierbij woorden die aansluiten bij het niveau en de belevingswereld van de cliënt. Cliënten onthouden ongeveer 20% van wat je vertelt dus geef ook schriftelijk/ digitaal voorlichtingsmateriaal mee.

Voorkom misverstanden:

Om er zeker van te zijn dat je verhaal goed is overgekomen en de cliënt begrijpt hoe cariës ontstaan, kan je de cliënt vragen de relatie tussen klacht en gedrag in eigen bewoording te herhalen.

2. Doet de cliënt het wel of niet?

Nu de cliënt weet waardoor de cariës ontstaan, kan hij er voor kiezen om zijn gedrag te veranderen. Hierbij weegt de cliënt de voordelen af tegen de nadelen. Het kan zijn dat de voordelen van suiker eten voor de cliënt groter zijn dan de nadelen (cariës). Als dit het geval is zal de cliënt de gedragsverandering niet volhouden. Tijdens de afwegingsfase exploreert de zorgverlener samen met de cliënt de motivatie. De zorgverlener maakt gebruik van motiverende gespreksvoering.  Wat maakt het eten van suiker voor de client een groter voordeel? Lees eventueel de blog ongemotiveerde cliënten bestaan niet. De (mond)zorgverlener begeleidt de cliënt bij het nemen van een besluit.

3. De cliënt doet het, maar er zijn beren op de weg

In deze fase neemt de cliënt een besluit. Hij gaat wel of niet tot verandering van het gedrag over. Tijdens deze fase spoort de zorgverlener de belemmeringen op, die de cliënt tegenhouden het nieuwe gedrag uit te voeren.

Er zijn verschillende belemmeringen die een cliënt kan ervaren, hieronder een aantal voorbeelden. Als de belemmeringen duidelijk zijn zoekt de tandarts, mondhygiënist of diëtist samen met de cliënt naar een oplossing.

1. Het ontbreekt de cliënt aan vaardigheden: Hij weet niet wat hij tussendoor kan eten in plaats van een candybar.

De cliënt leert dat hij het kopen van een candybar kan voorkomen als hij thuis boterham met hartig beleg smeert. Hij leert plannen.

2. De cliënt heeft last van concentratieproblemen, humeurigheid, trillerigheid en duizeligheid als hij niet regelmatig iets zoets eet, maar weet niet dat dit is op te lossen door stabilisatie van het bloedglucose.

De cliënt leert hoe hij de verschijnselen die horen bij een instabiel bloedglucose  (idiopathische reactieve hypoglycemie) kan voorkomen, door anders te gaan eten.

3. De cliënt is van mening dat suiker kan toch niet zo erg zijn voor de tanden.

Haar zus drinkt ook veel thee met suiker en heeft nergens last van.

De cliënt leert dat het klachtenvrije gebit van haar zus een uitzondering is. Daarnaast krijgt de cliënt de opdracht haar zus te vragen wat de werkelijke status is van haar gebit. Eet zij altijd veel zoet (of alleen als zij op bezoek is)? Bezoekt zus de tandarts? Heeft zij echt geen klachten of praat ze er niet over?

4. De cliënt wil wel maar denkt niet dat haar ouders achter haar staan.

De zorgverlener vraagt of de ouders volgende keer mee willen komen en bespreekt met de cliënt hoe ze haar ouders achter zich kan krijgen / hoe hier mee om te gaan.

5. De cliënt denkt dat het hem of haar niet gaat lukken, omdat ze te zwak is om niet te snoepen.

De zorgverlener ondersteunt de cliënt bij het verhogen van de eigen-effectiviteit. Dit kan door te vragen naar succes-ervaringen uit het verleden en cognitieve gedragstherapie.

6. De cliënt kan snoep niet laten staan als ze emotioneel is.

Snoepen is voor deze cliënt een manier (coping-strategie) om met emoties om te gaan. Het aanleren van een nieuwe coping-strategie is dan de oplossing.

 

4. De cliënt heeft een doel

Tijdens de actiefase stel je samen met de cliënt doelen op volgens SMART. Meestal loopt dit parallel aan het beslechten van de belemmeringen. De cliënt oefent bijvoorbeeld anders om te gaan met emoties of leert over gezonde voeding.

  • Maak de doelen SMART:
  • Specifiek
  • Meetbaar
  • Acceptabel
  • Realistisch
  • Tijd

 

Voorbeeld van SMART-doel

Ik ga komende 6 weken de candybars die ik tussendoor eet vervangen door brood met hartig beleg.

 

5. De cliënt blijf actief bezig met mijn nieuwe gedrag

De laatste fasen van gedragsverandering behelst het gedragsbehoud en de terugvalpreventie. Je helpt de cliënt het nieuwe gedrag te bestendigen. In deze fasen kan je terugpakken op opdrachten en strategieën, die je tijdens de besluitvormingsfase en actiefase hebt aangeleerd.

Je kan meer lezen over dit onderwerp in hoofdstuk 26 van het boek voeding en mondgezondheid.

Meer doen met gedragsverandering?  Kijk op www.informed-app.nl

Gepost op

Preventie mondholtekanker: Eet meer en minder.


Wetenschappers van het Maastricht UMC+ en de Universiteit Maastricht hebben de relatie tussen groente, fruit en verschillende voedingsstoffen en het risico op hoofd-halskanker onderzocht. Voor het onderzoek zijn gegevens geanalyseerd uit de Nederlandse Cohort Studie (NLCS). Deze studie bevat gegevens over ruim 120.000 Nederlanders tussen de 55 en 69 jaar die sinds 1986 zijn gevolgd. De resultaten van de studie zijn verschenen in het American Journal of Clinical Nutrition.

Preventie

De (mond)zorgverlener speelt een rol bij de preventie. Met ruim 1.000 nieuwe gevallen per jaar is mondholte-kanker de meest voorkomende vorm van hoofd-halskanker in Nederland. Mondholte-kanker komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, neemt het aantal nieuwe gevallen per jaar bij vrouwen sterker toe, ruim 45 % in 10 jaar tijd. Bij mannen steeg het aantal nieuwe gevallen met 16 procent.

In deze blog daarom enkele praktische tips ter preventie van hoofd-halskanker.


Groente en fruit:

Bol paprika

De Maastrichtse onderzoekers hebben aangetoond dat vitamine C uit groente en fruit de kans op mondholtekanker aanzienlijk kan verlagen.

De meeste Nederlanders, dus ook uw cliënten eten onvoldoende groente en fruit. Hier enkele tips voor het verhogen van de groente-en fruit consumptie:

  • Zorg altijd voor groente in de diepvries.
  • Begin bij het bedenken van de avondmaaltijd met groente.
  • Zorg dat je bord bij het avondeten voor de helft uit groente bestaat.
  • Drink groentesap als tussendoortje
  • Eet groentesoep of salade als aanvulling op de lunch
  • Eet (goed gevulde) groentesoep of een  maaltijdsalade als lunch
  • Versier je brood met extra rucola, alfalfa, tuinkers, tomaat of komkommer op brood
  • Start je dag met fruit (in de yoghurt).
  • Neem voor tussendoor fruit mee naar werk of school.
  • Eet als broodbeleg appel, banaan of aardbeien.
  • Zorg eventueel voor diepvriesfruit in de vriezer.
  • Plan de weekboodschappen: Je hebt voor  1 persoon minimaal 1,5 -2 kg groente en 14-20 stuks fruit nodig hebt.

Bol kiwi

 

Noten, olie en zaden:

 

Uit dit onderzoek kwamen tevens aanwijzingen voor de gunstige invloed van vitamine E op het voorkomen van mondholte-kanker. Vooral plantaardige voedingsmiddelen die vet bevatten zijn rijk aan vitamine E, zoals noten, zaden en plantaardige oliën.

Tips om dagelijks voldoende vitamine E binnen te krijgen:

  • Eet (afhankelijk van de energiebehoefte) 1-2 handjes rauwe noten (amandelen, hazelnoten, paranoten, walnoten) of pinda’s
  • Gebruik plantaardige (koudgeperste olie) roer een scheutje amandelolie of andere koudgeperste olie door de yoghurt
  • Maak een dressing van koudgeperste olie en azijn, of beter voor de tanden yoghurt.
  • Voeg pijnboompitten of andere zaden toe aan salade of maaltijd.
  • Koop brood met zaden
  • Kies avocado op brood of hummus zelfgemaakt met koudgeperste olijfolie

Bol noten

Alcohol:

Alcohol verhoogt het risico op het krijgen van hoofd-halskanker, helemaal in combinatie met roken. Volgens de leefstijl monitor (CBS) drinkt 76,7% van de Nederlandse bevolking van 12 jaar of ouder alcohol.  Ruim 10% is een zware drinker. Je bent een zware drinker als je als man minstens  1 keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag drinkt  of als vrouw 4 of meer glazen alcohol op één dag.

Tips om minder alcohol te consumeren:

  • Drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag.
  • Drink niet dagelijks.
  • Sluit je af voor peer-pressure: Je bent niet minder gezellig als je water drinkt.
  • Drink niet als je problemen hebt en leer een andere coping-strategie aan.
  • Vinden anderen dat je te veel drinkt? Onderzoek hun gelijk.
  • Meer tips
Voorbeeld hoeveelheden voor volwassenen, 4-18 jaar en zwangeren 

Voorlichting over gezonde voeding

Groente, fruit, noten en alcohol is onderdeel van het totale voedingspakket. Wil je een cliënt inzicht geven in wat hij per dag nodig heeft download onderstaande materialen hier

 

Voedingspiramide-op je bord
Voorbeeld dinner bord en voorbeeld ontbijtbord

 

 

 

 

Meer tips en achtergrond van een gezonde voeding vind je in de voedingspiramide. Meer over voeding en hoofd-halskanker vind je in het boek Voeding en mondgezondheid hoofdstuk 9.