In gesprek met Professor Frank Abbas

Ik ontmoet Frank Abbas op de Kliniek Voor Parodontologie in Amsterdam. Hij is net terug is van een sabbatical, waarbij hij o.a. een bezoek bracht aan de Universiteit van Birmingham. Hier doet men veel onderzoek op het gebied van voeding en parodontitis. Het was een zeer inspirerende omgeving.Hij is met veel ideeën naar huis gekomen en klaar voor aankomend studiejaar in Groningen.

Abbas vertelt dat toen hij promoveerde in 1986 de gedachte bestond dat voeding geen rol bij parodontitis speelde. Dit was min of meer gebaseerd op de uitkomst van een beperkt aantal studies waarbij men geen relatie vond tussen de parodontale status en ondervoeding. De focus lag op bacteriën in de tandplaque en de afweer daar tegen. Nu bijna 30 jaar later laat het geen twijfel dat voeding een rol speelt bij parodontitis. In welke mate hangt af van de persoonlijke situatie. De pathologie bij parodontitis is immers multicausaal. Ook rookgedrag en medische condities als diabetes spelen een rol.

Maar hoe komt het toch dat de vertaalslag van de voedingskennis die er is, naar de praktijk nog (te) weinig wordt gemaakt?

Abbas benoemt een aantal factoren die hier debet aan kunnen zijn:

Ten eerste is het de vraag hoeveel onderzoek er nodig is voordat de informatie opgenomen kan worden in een protocol of gebruikt kan worden in de praktijk. Om antwoord te geven op deze vraag hebben Nederlandse wetenschappers en clinici zich verenigd in een “Round Table Conferentie”, georganiseerd door Philips Oral Healthcare. De eerste uitkomsten verschijnen binnenkort in het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde.

Daarnaast is er kennis nodig in de behandelkamer. Abbas pleit daarom voor een nadrukkelijkere aanwezigheid van informatie en kennis over voeding tijdens de opleiding tandheelkunde, maar zeker ook de opleiding mondzorgkunde. Waarbij vooral ook aandacht voor macro-en micronutriënten en de rol die deze spelen in de pathologie en behandeling van tandheelkundige aandoeningen zoals parodontitis.

Een argument wat ook kan spelen is dat voedingsvoorlichting geen declaratiecode heeft. “Maar”, zegt Abbas, “als er binnen de wetenschappelijke vereniging consensus is over het belang van voedingsadvies, kan de wetenschappelijke vereniging dit aankaarten bij de NZA zodat hiervoor een voorziening kan worden getroffen. Wij hebben dit als wetenschappers deels zelf in de hand.”

Hoe vertaalt u persoonlijk uw voedingskennis naar de praktijk?

‘Ik breng altijd rookgedrag en alcoholgebruik in kaart. Als er sprake is van obesitas of co-morbiditeit, zoals diabetes vraag ik door. Ik vraag bijvoorbeeld hoe de maaltijd eruit ziet? Wat de groente-en fruitinname is?” Aanvullend geeft professor Abbas een voedingsadvies dat als doel heeft het optimaliseren van het voedingspatroon. Indien nodig kan voedingssuppletie een optie zijn.

Vitamine D

Vitamine D suppletie is zinvol bij een lage vitamine D-waarden in het bloed, maar de effectieve dosering kan je alleen bepalen als je een bloedwaardebepaling doet. Ik ben daarom benieuwd of hij dit soort onderzoek wel eens aanvraagt. Professor Abbas geeft toe, dat dit in zijn praktijk nog niet wordt gedaan. Het is zeker een mogelijkheid om dit in de toekomst te gaan doen en de aanvraag voor laboratorium onderzoek in te bedden in het protocol.

Voeding is geen haarlemmerolie

We komen tot de conclusie dat voeding belangrijk is, maar dat er geen wonderadvies bestaat. Zowel vitamine C als vitamine D dragen bij aan het verminderen van de ontsteking(smediatoren). Maar het is geen haarlemmerolie. Vitamine D adviseren bij een tekort aan vitamine C zal niet het behandelresultaat geven wat je beoogt. Kijk daarom goed naar wat je cliënt nodig heeft. Een goede voedingsanamnese zal hier zeker bij helpen.

En dan komen we weer bij de opleiding: “daar moeten we leren lifestyle factoren te herkennen en te behandelen,” aldus Abbas. Gelukkig voor de huidige studenten, is professor Abbas weer aan de slag bij het UMCG Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde. Ik hoop hem in de toekomst nog eens te mogen assisteren bij het maken van een gezond menu.

Noot van Louise:

Als je suppletie-advies wil geven raad ik je aan het stappenplan voedingssuppletie veiligheid en effectiviteit te volgen. Dit is te vinden in het boek Voeding en Mondgezondheid op bladzijde 260.

Tijs helpt kinderen minder snoepen.

Kennen jullie Tijs al?

Hij is de hoofdpersoon in het voorlichtingsmateriaal dat is ontwikkelt voor jonge kinderen ter preventie van tanderosie en cariës.

Tijs is een jongetje. Hij heeft tandenvretertjes in zijn mond. Heel vervelend, want die eten zijn tandjes op. Als hij niet optreedt tegen deze nare wezentjes in zijn mond kan hij straks niet meer goed kauwen en durft hij niet meer te lachen. Gelukkig kan Tijs helpen de tandenvretertjes te verdrijven. Poetsen en gezond eten! Wat en hoe?  Dat staat in de uitleg.

Download hier het voorlichtingsmateriaal dat je kan meegeven aan je jonge cliënten. Ik hoor graag of het jullie kleintjes ook is gelukt de tandenvretertjes te verdrijven!

Leefstijlverandering bij parodontitis

De ernst en progressie van parodontitis varieert van persoon tot persoon. Het is de immunologische respons van de gastheer op de paro-bacterie die de ernst van de ontsteking en de snelheid waarmee parodontitis zich ontwikkelt, bepaalt. Het advies is daarom de risicofactoren, die de immuniteit van de cliënt beïnvloeden, in kaart te brengen. Stress, overgewicht, voedingsdeficiënties, onvolwaardige voeding, hoge glucosewaarden (bij diabetes mellitus), roken, juist medicijngebruik en onvoldoende mondhygiëne zijn risicofactoren die beïnvloedt kunnen worden door het aanleren van nieuw gedrag en adequate coping-strategieën.

De gedragsverandering heeft als doel de gevoeligheid van het orale weefsel te verminderen en de immuunrespons te reguleren. Het in kaart brengen van de risicofactoren is nodig voor het opstellen van het behandelplan en interventie-strategie. Indien wenselijk kan er worden samengewerkt met andere disciplines om zo het behandelresultaat te optimaliseren, bijvoorbeeld in geval van co-morbiditeit.

Stress Psycholoog / coach
Overgewicht Diëtist
Voedingsdeficiënties/ onvolwaardige voeding Diëtist
Diabetes Mellitus Diabetesverpleegkundige/ huisarts/ diëtist
Juist medicijngebruik (Huis)arts
Onvoldoende mondhygiëne Mondzorgverlener

Bent u in het bezit van het boek Voeding & Mondgezondheid lees dan meer over deze aanvullende condities in de hoofstukken 19, 20 en 22.

Bronnen:

Periodontal Disease and Overall Health: A Clinician’s Guide, ISBN-13: 978-0-6152-8508-5, 2010

Voeding en Mondgezondheid, Louise Witteman,ISBN 9789081864923, 2014

Ongemotiveerde cliënten bestaan niet!

Iedereen is gemotiveerd voor iets! Je gelooft het misschien niet maar het is echt waar. Mensen voeren ALTIJD gedrag uit waar ze (op korte termijn) voordeel bij hebben. Ook al lijkt dit soms van niet en geeft dit gedrag op lange termijn een nadeel.

Als ik een lezing geef dan zeggen cursisten nog wel eens tegen mij: …”Cliënten moeten gewoon doen wat ik zeg!” Maar doen wij zelf dan altijd wat een ander zegt? Nee, wij doen wat we zelf willen: we doen waar we gemotiveerd voor zijn. En dat doet de cliënt ook!

Voor jou als hulpverlener is het een belangrijke taak erachter te komen waarvoor jouw cliënt gemotiveerd is! Misschien is je cliënt niet gemotiveerd om zijn voedingspatroon te veranderen, omdat hij 1of 2 gaatjes meer geen probleem vindt. Maar kan het hem of haar wel schelen als:

  • hij of zij op zijn veertigste al een gebitsprothese nodig heeft.
  • hij of zij uit zijn mond ruikt.
  • hij of zij er niet meer aantrekkelijk uitziet doordat het gebit verwaarloosd of vergeeld is.
  • hij of zij andere gezondheidsproblemen krijgt door zijn voedingsgedrag, zoals overgewicht of vermoeidheidsklachten.
  • hij of zij geld kan besparen op de tandartsrekening.
  • hij of zij zijn kinderen het goede voorbeeld kan geven.

Maar soms moet je ook dieper graven om een daadwerkelijke motivatie te kunnen doorgronden. Een tandarts vertelde mij een verhaal over een cliënt, waarbij hij van haar eerste kind het gebit onder narcose had moeten saneren. De tandarts vindt de situatie problematisch, maar het werkelijke probleem van deze moeder is veel ernstiger. Hij geeft de moeder van de jonge cliënt voorlichting: Geef het kind geen suikerwater meer in een fles. Niet overdag en niet in de nacht! Een aantal jaren later moest het gebit van het tweede kind van mevrouw eveneens gesaneerd worden. Onbegrijpelijk denk je meteen. En dat dacht de tandarts ook. Waarom bent u niet gestopt met het geven van suikerwater? vroeg de tandarts aan de cliënt. De vrouw barstte in tranen uit. De tandarts schrok enorm, maar het het hoge woord kwam eruit. Mijn man slaat mijn kinderen als ze huilen. Met suikerwater krijg ik ze stil. Het suikerwater beschermt ze tegen een afranseling. Ik heb liever dat ze veilig opgroeien, dan dat ze een gezond gebit hebben.

Haar motivatie is in één keer volkomen duidelijk. Zij is gemotiveerd om haar kinderen te beschermen tegen het geweld van hun vader en hen veilig te laten opgroeien. Suikerwater is het middel en verlies van het kindergebit de prijs.  Wat wij als (groot) probleem zien hoeft voor de cliënt niet het grootste probleem te zijn. Vraag daarom verder.

  • Waarom voert de cliënt bepaald gedrag niet uit?
  • Wat houdt hem tegen?
  • Waarvoor is je cliënt  gemotiveerd?
  • Hoe denkt de cliënt dat jij hem kan helpen?

Iedereen is gemotiveerd, het is aan ons hulpverleners de taak om erachter te komen waarvoor.

Ben je gemotiveerd om verder te lezen en heb je het boek Voeding & Mondgezondheid? In hoofdstuk 26 (blz 217) vind je meer informatie over voedingsvoorlichting.

2 kiwis tegen parodontitis?

Waarom zou je als mondzorgverlener al je (paro-)cliënten dagelijks twee kiwi’s adviseren? Ik heb dit advies inmiddels zo vaak gehoord, dat ik benieuwd werd naar de ratio hierachter.

Er is geen enkel onderzoek waarin een relatie is gevonden tussen het eten van kiwi’s en het voorkomen van parodontitis. Voor citrusvruchten zijn er in twee onderzoeken wel verbanden gevonden tussen een hogere inname en de gezondheid van het parodontium. De overeenkomst tussen citrusvruchten en kiwi’s is het hoge vitamine C gehalte. Bij mensen met parodontitis zijn in onderzoek lagere serum en plasmawaarden vitamine C gevonden. Dit kan verklaart worden door een: lagere inname met de voeding, een verminderde opname of een verhoogde behoefte. De vitamine C aanbeveling van de Nederlandse gezondheidsraad dekt de behoefte van 97,5% van de populatie. Voor 2,5% van de bevolking is de aanbeveling dus te laag.

Bij een te lage inname eten mensen te weinig voedingsmiddelen die vitamine C bevatten. De opname van vitamine C kan belemmerd zijn door bijvoorbeeld malabsorptie als gevolg van diarree. Oxidatieve stress, zwangerschap, borstvoeding geven, roken en herstel van een chirurgische ingreep verhogen de behoefte aan vitamine C.

 

Er zijn geen aanwijzingen dat parodontitis-cliënten veel hogere doseringen vitamine C nodig hebben dan de aanbeveling, maar voor een optimaal behandelresultaat is de vitamine C inname en serum of plasmawaarde wel een belangrijk aandachtspunt. De Nederlandse Gezondheidsraad beveelt volwassen mannen en vrouwen dagelijks aan 75 mg vitamine C te gebruiken. Maar onder meer als gevolg van bovenstaande factoren kan het natuurlijk wel zijn dat jouw client in de praktijk een (sub)klinische vitamine C deficiëntie heeft. Door het serum-of plasma vitamine C te laten meten in een laboratorium (de arts of diëtist kan dit onderzoek aanvragen) kan je dit verder onderzoeken. Bij te lage serum vitamine C waarden (of vermoeden) is een specifiek voedingsadvies en/of voedingssuppletie een oplossing.

 

Niet alle groente en fruit zijn even vitamine C-rijk. Wat kan je eten om aan je dagelijkse hoeveelheid vitamine C te komen? Elke dag 2 kiwi’s? Het kan, maar als diëtist zou ik zeggen: een beetje eenzijdig. Adviseer je client te variëren. Er zijn meer voedingsmiddelen die vitamine C bevatten dan alleen kiwi. Heb je een moeilijke eter in de praktijk? Het gebruik van een voedingssupplement is ook een mogelijkheid.

 

Fruit per stuk: Vitamine C gehalte
Spruitjes (100 gram) 132 mg
Zwarte bessen (100 gram)* 150 mg
Paprika 185 mg
Guave* 195 mg
Aardappel 6 mg
Kiwi* 60 mg
Aardbeien (100 gram) 60 mg
Grapefrui* 60 mg
Sinaasappel* 60 mg

*Erosieve fruitsoorten

Ben je in het bezit van het boek Voeding & Mondgezondheid. Lees meer over vitamine C en de rol bij parodontitis in hoofdstuk 13 (bladzijde 124). Meer informatie over (toepassing van) voedingssupplementen en maximale doseringen vind je op bladzijde 52 (hoofdstuk 5).

Foto’s: Nederlands Groente en fruitbureau

Bronnen:

Nederlandse Gezondheidsraad

RIVM/ NEVO

Voeding en Mondgezondheid, Louise Witteman,ISBN 9789081864923, 2014

8 x verwijzen naar de mondhygiënist

Mensen komen in de regel NIET met mondproblemen bij de huisarts, (diabetes)verpleegkundige of de diëtist. Maar de problemen waarvoor zij komen kunnen wel als gevolg hebben dat ze het gebit of parodontium aantasten (direct of indirect).

Hier zomaar een aantal voorbeelden waarbij verwijzing naar of overleg met de mondhygiënist en/of tandarts op zijn plaats is:

  1. Volgens de NHG-standaard zou de huisarts al zijn cliënten met diabetes mellitus, het advies moeten geven tweemaal per jaar een bezoek aan de tandarts en/of mondhygiënist te brengen. Ook de diëtist kan de cliënt die bekend is met diabetes mellitus en slecht gereguleerd is (HbA1C > 53) op een bezoek aan de mondzorgverlener attenderen. Parodontitis wordt in Amerika wel de 5de diabetescomplicatie genoemd. Een mondzorgverlener (tandarts of mondhygiënist) kan de gezondheid van het parodontium in kaart brengen. Mensen hebben meestal geen last van parodontitis, maar onbehandeld kan het vroegtijdig verlies van de gebitselementen veroorzaken.

  2. Langdurig bestaande reflux oesophagitis en eetstoornissen kunnen tanderosie tot gevolg hebben. Het zuur wat uit de maag in de mond terecht komt beschadigt de glazuurlaag van de tanden. Laat cliënten met reflux oesophagitis en eetstoornissen daarom contact opnemen met de mondzorgverlener. Zij kunnen de gebitsslijtage in kaart brengen en een preventief of restauratief plan opstellen. Geef altijd tips (in samenspraak met de mondzorgvelener) hoe verdere schade te beperken.

  3. Binge-eaten en craven; voedingsgedrag dat de mond kan schaden. Als je als diëtist merkt dat je cliënt regelmatig en/ of grote hoeveelheden frisdrank, vruchtensappen en andere zoete dranken gebruikt is het zinvol om de cliënt er op te wijzen dat dit, naast overgewicht, kan leiden tot tanderosie en cariës. De mondzorgverlener kan mondfoto’s maken en samen met het tandheelkundig onderzoek een preventief plan opstellen eventueel in combinatie met gebitsrestauratie.

  4. Mondgeur. Vervelend maar meestal komt dit natuurlijk niet uit de maag. Cliënten denken dit nog wel eens. Heeft uw client last van halitose? Laat dan eerst de mondzorgverlener onderzoek doen. De kans dat de oorzaak in de mond is gelegen is meer dan 95%.

  5. Bij cliënten met kauw-en slikklachten blijft voeding vaak langer in de mond aanwezig. Door de verlengde verblijfsduur in combinatie met een verminderde ‘oral clearance’ neemt het risico op cariës toe. Als de kauw-en slikproblemen het gevolg zijn van monddroogte is ook de buffercapaciteit verminderd. De mondzorgverlener kan in dit geval de  gebitstoestand in kaart brengen en zonodig een preventief plan opstellen. Daarnaast geeft de mondzorgverlener advies over hoe de mond het beste verzorgt kan worden.

  6. Multimedicatie is een veelvoorkomende oorzaak van monddroogte. Het is zeker aan te raden clienten er op te wijzen dat de mondzorgverlener aanvullende preventieve adviezen kan geven en maatregelen kan nemen om de gebitsschade te beperken die het gevolg kunnen zijn van verminderde speekselvloed (hyposalivatie).

  7. Laat topsporters en wijnproevers ( zij hebben verhoogd erosie-risico) een preventief plan ter preventie van het gebit opstellen met hun mondzorgverlener.

  8. Cliënten met kanker hebben baat bij een goede mondhygiëne. Een goede mondhygiëne heeft een gunstige uitwerking op de smaak. Daarnaast kan de behandeling gevolgen hebben voor het gebit. Dit is specifiek het geval bij hoofdhalstumoren. De mondzorgverlener maakt doorgaans onderdeel uit van het multidisciplinaire team.

Je kunt meer lezen over de rol van alle zorgverleners in het hoofdstuk Zorgtaken van het boek Voeding en Mondgezondheid

Magnesium en parodontitis (een update)

Mensen met een adequate magnesium-inname hebben een lager risico om parodontitis te ontwikkelen en meer eigen gebitselementen vergeleken met mensen die lagere serum magnesiumwaarden hebben. De onderzoeksgroep van Meisel wilde graag weten of deze magnesiumwaarden ook op lange termijn invloed hebben op het verlies van gebitselementen. Ze deden een 5 jaar follow-up studie in het Noord-Oosten van Duitsland onder meer dan 3000 mensen. Uit de studie blijkt dat het aanhechtingsverlies bij de groep met een (zeer) lage magnesium/calcium ratio (Mg/Ca-ratio) het hoogst is en verwaarloosbaar bij de groep met een hoge Mg/Ca-ratio. De verhouding beïnvloedt de progressie. Na vijf jaar was er eveneens meer tandverlies in de groep met hoge C-reactive proteïn (CRP)- waarden. CRP is marker voor systemische ontsteking. Het tandverlies werd voorkomen door een hogere Mg/Ca-ratio. De onderzoekers concluderen dat voeding rijk aan magnesium mogelijk een preventieve maatregel is tegen tandverlies door parodontitis. Voor volwassen vrouwen is de aanbevolen hoeveelheid tussen de 250-300 mg per dag. Voor mannen tussen de 300-350 mg per dag. Voedingsmiddelen rijk aan magnesium zijn noten, volkorengraanproducten, vis, schaal-en schelpdieren, donkergroene bladgroenten, bananen, bessen, peulvruchten, koffie en chocolade dranken. Een veilige en maximale dosis magnesium als supplement is 250 mg. Heb je het boek Voeding en Mondgezondheid? Meer over magnesium is te vinden op bladzijde 41 en over suppletie op bladzijde 53.

Foto: dollarphotoclub

Bronnen:

Perio 2015 P0074 Role of magnesium and calcium in periodontitis and tooth loss: a 5-year follow-up P. Meisel, B. Holtfreter, M. Nauck, T. Kocher Greifswald/Germany

Voeding en Mondgezondheid, Louise Witteman,ISBN 9789081864923, 2014

Voedingspiramide voor de mond

Met voeding kun je zorgen je voor een gezond klimaat in je mond, een frisse adem en mooie tanden. Met deze Voedingspiramide tips voorkom je aantasting van het glazuur, gaatjes, een slechte adem en ontsteking van het tandvlees.

Water kun je altijd drinken. Bijna alle zoete dranken (ook met zoetstof) tasten het gebit aan doordat ze zuren bevatten. Wen kinderen ook aan het drinken van water. Thee (kruiden, groene, rooibos) zonder suiker is een prima alternatief. Alleen zuursmakende theesoorten zijn af te raden. Zij tasten het tandglazuur aan, waardoor het glazuur verdwijnt en je tanden geel kunnen worden.

Groenten leveren antioxidanten en bioactieve stoffen, die de mond helpen beschermen tegen ontstekingen. Groenten zijn goede en suikervrije tussendoortjes. Tomaat en komkommer werken verfrissend bij een droge mond.

Fruit zorgt voor de dagelijkse benodigde vitamine C. Dit helpt de mond beschermen bij ontstekingen zoals parodontitis. Fruitzuren tasten wel het tandglazuur aan. Eet daarom fruit tijdens 1 van de 7 eetmomenten, ook vruchtensap of fruitsmoothies horen hierbij .

Zuivel beschermt je tanden tegen gaatjes en tanderosie. Dit kan door zuivel toe te voegen aan een fruitsmoothie of een blokje kaas te eten bij een glas wijn. Dagelijks zuivel gebruiken is mogelijk gunstig tegen parodontitis.

Graanproducten, peulvruchten en knollen zijn gezond en veilig voor het gebit. Suikers toegevoegd aan graanproducten verhogen wel de kans op gaatjes, vooral als dit kleverige producten zijn zoals ontbijtkoek. Het eten blijft dan langer in de mond en kan daardoor meer schade veroorzaken!

Vis, wild, gevogelte, vlees en ei zijn veilig voor het gebit te gebruiken. Door een snee brood te beleggen met bijvoorbeeld ei, vis of vleeswaren, duurt het langer voordat je weer trek hebt. Dit maakt het makkelijker minder vaak een tussendoortje te eten en dat helpt de mond gezond houden. Het advies is maximaal 4 x iets tussendoortje te eten.

Noten en zaden beschermen net als zuivel de tanden en kiezen tegen inwerking van voedingszuren. Noten zijn samen met een stukje fruit een perfect tussendoortje.

Oliën en vetten leggen een beschermend laagje over de tanden en kiezen. Dit helpt het gebit waarschijnlijk te beschermen tegen zuuraanvallen. Een beetje olie en vet bij de maaltijd is dus een uitstekend idee.

Zoetmiddelen zoals vijgen en ander gedroogd fruit zijn vezelrijke tussendoortjes. Let wel op, ze kunnen net als snoepgoed gaatjes in het gebit veroorzaken. Laat kinderen daarom hun rozijntjes in een keer opeten.

Deze blog verscheen eerder in aangepaste vorm als nieuwsbrief van Voedingspiramide. Op de website van Voedingspiramide kan je de Voedingspiramide voor 4-18, Voedingspiramide bij zwangerschap en borstvoeding en de Voedingspiramide voor Volwassenen downloaden.