2 kiwis tegen parodontitis?

Waarom zou je als mondzorgverlener al je (paro-)cliënten dagelijks twee kiwi’s adviseren? Ik heb dit advies inmiddels zo vaak gehoord, dat ik benieuwd werd naar de ratio hierachter.

Er is geen enkel onderzoek waarin een relatie is gevonden tussen het eten van kiwi’s en het voorkomen van parodontitis. Voor citrusvruchten zijn er in twee onderzoeken wel verbanden gevonden tussen een hogere inname en de gezondheid van het parodontium. De overeenkomst tussen citrusvruchten en kiwi’s is het hoge vitamine C gehalte. Bij mensen met parodontitis zijn in onderzoek lagere serum en plasmawaarden vitamine C gevonden. Dit kan verklaart worden door een: lagere inname met de voeding, een verminderde opname of een verhoogde behoefte. De vitamine C aanbeveling van de Nederlandse gezondheidsraad dekt de behoefte van 97,5% van de populatie. Voor 2,5% van de bevolking is de aanbeveling dus te laag.

Bij een te lage inname eten mensen te weinig voedingsmiddelen die vitamine C bevatten. De opname van vitamine C kan belemmerd zijn door bijvoorbeeld malabsorptie als gevolg van diarree. Oxidatieve stress, zwangerschap, borstvoeding geven, roken en herstel van een chirurgische ingreep verhogen de behoefte aan vitamine C.

 

Er zijn geen aanwijzingen dat parodontitis-cliënten veel hogere doseringen vitamine C nodig hebben dan de aanbeveling, maar voor een optimaal behandelresultaat is de vitamine C inname en serum of plasmawaarde wel een belangrijk aandachtspunt. De Nederlandse Gezondheidsraad beveelt volwassen mannen en vrouwen dagelijks aan 75 mg vitamine C te gebruiken. Maar onder meer als gevolg van bovenstaande factoren kan het natuurlijk wel zijn dat jouw client in de praktijk een (sub)klinische vitamine C deficiëntie heeft. Door het serum-of plasma vitamine C te laten meten in een laboratorium (de arts of diëtist kan dit onderzoek aanvragen) kan je dit verder onderzoeken. Bij te lage serum vitamine C waarden (of vermoeden) is een specifiek voedingsadvies en/of voedingssuppletie een oplossing.

 

Niet alle groente en fruit zijn even vitamine C-rijk. Wat kan je eten om aan je dagelijkse hoeveelheid vitamine C te komen? Elke dag 2 kiwi’s? Het kan, maar als diëtist zou ik zeggen: een beetje eenzijdig. Adviseer je client te variëren. Er zijn meer voedingsmiddelen die vitamine C bevatten dan alleen kiwi. Heb je een moeilijke eter in de praktijk? Het gebruik van een voedingssupplement is ook een mogelijkheid.

 

Fruit per stuk: Vitamine C gehalte
Spruitjes (100 gram) 132 mg
Zwarte bessen (100 gram)* 150 mg
Paprika 185 mg
Guave* 195 mg
Aardappel 6 mg
Kiwi* 60 mg
Aardbeien (100 gram) 60 mg
Grapefrui* 60 mg
Sinaasappel* 60 mg

*Erosieve fruitsoorten

Ben je in het bezit van het boek Voeding & Mondgezondheid. Lees meer over vitamine C en de rol bij parodontitis in hoofdstuk 13 (bladzijde 124). Meer informatie over (toepassing van) voedingssupplementen en maximale doseringen vind je op bladzijde 52 (hoofdstuk 5).

Foto’s: Nederlands Groente en fruitbureau

Bronnen:

Nederlandse Gezondheidsraad

RIVM/ NEVO

Voeding en Mondgezondheid, Louise Witteman,ISBN 9789081864923, 2014

8 x verwijzen naar de mondhygiënist

Mensen komen in de regel NIET met mondproblemen bij de huisarts, (diabetes)verpleegkundige of de diëtist. Maar de problemen waarvoor zij komen kunnen wel als gevolg hebben dat ze het gebit of parodontium aantasten (direct of indirect).

Hier zomaar een aantal voorbeelden waarbij verwijzing naar of overleg met de mondhygiënist en/of tandarts op zijn plaats is:

  1. Volgens de NHG-standaard zou de huisarts al zijn cliënten met diabetes mellitus, het advies moeten geven tweemaal per jaar een bezoek aan de tandarts en/of mondhygiënist te brengen. Ook de diëtist kan de cliënt die bekend is met diabetes mellitus en slecht gereguleerd is (HbA1C > 53) op een bezoek aan de mondzorgverlener attenderen. Parodontitis wordt in Amerika wel de 5de diabetescomplicatie genoemd. Een mondzorgverlener (tandarts of mondhygiënist) kan de gezondheid van het parodontium in kaart brengen. Mensen hebben meestal geen last van parodontitis, maar onbehandeld kan het vroegtijdig verlies van de gebitselementen veroorzaken.

  2. Langdurig bestaande reflux oesophagitis en eetstoornissen kunnen tanderosie tot gevolg hebben. Het zuur wat uit de maag in de mond terecht komt beschadigt de glazuurlaag van de tanden. Laat cliënten met reflux oesophagitis en eetstoornissen daarom contact opnemen met de mondzorgverlener. Zij kunnen de gebitsslijtage in kaart brengen en een preventief of restauratief plan opstellen. Geef altijd tips (in samenspraak met de mondzorgvelener) hoe verdere schade te beperken.

  3. Binge-eaten en craven; voedingsgedrag dat de mond kan schaden. Als je als diëtist merkt dat je cliënt regelmatig en/ of grote hoeveelheden frisdrank, vruchtensappen en andere zoete dranken gebruikt is het zinvol om de cliënt er op te wijzen dat dit, naast overgewicht, kan leiden tot tanderosie en cariës. De mondzorgverlener kan mondfoto’s maken en samen met het tandheelkundig onderzoek een preventief plan opstellen eventueel in combinatie met gebitsrestauratie.

  4. Mondgeur. Vervelend maar meestal komt dit natuurlijk niet uit de maag. Cliënten denken dit nog wel eens. Heeft uw client last van halitose? Laat dan eerst de mondzorgverlener onderzoek doen. De kans dat de oorzaak in de mond is gelegen is meer dan 95%.

  5. Bij cliënten met kauw-en slikklachten blijft voeding vaak langer in de mond aanwezig. Door de verlengde verblijfsduur in combinatie met een verminderde ‘oral clearance’ neemt het risico op cariës toe. Als de kauw-en slikproblemen het gevolg zijn van monddroogte is ook de buffercapaciteit verminderd. De mondzorgverlener kan in dit geval de  gebitstoestand in kaart brengen en zonodig een preventief plan opstellen. Daarnaast geeft de mondzorgverlener advies over hoe de mond het beste verzorgt kan worden.

  6. Multimedicatie is een veelvoorkomende oorzaak van monddroogte. Het is zeker aan te raden clienten er op te wijzen dat de mondzorgverlener aanvullende preventieve adviezen kan geven en maatregelen kan nemen om de gebitsschade te beperken die het gevolg kunnen zijn van verminderde speekselvloed (hyposalivatie).

  7. Laat topsporters en wijnproevers ( zij hebben verhoogd erosie-risico) een preventief plan ter preventie van het gebit opstellen met hun mondzorgverlener.

  8. Cliënten met kanker hebben baat bij een goede mondhygiëne. Een goede mondhygiëne heeft een gunstige uitwerking op de smaak. Daarnaast kan de behandeling gevolgen hebben voor het gebit. Dit is specifiek het geval bij hoofdhalstumoren. De mondzorgverlener maakt doorgaans onderdeel uit van het multidisciplinaire team.

Je kunt meer lezen over de rol van alle zorgverleners in het hoofdstuk Zorgtaken van het boek Voeding en Mondgezondheid

Magnesium en parodontitis (een update)

Mensen met een adequate magnesium-inname hebben een lager risico om parodontitis te ontwikkelen en meer eigen gebitselementen vergeleken met mensen die lagere serum magnesiumwaarden hebben. De onderzoeksgroep van Meisel wilde graag weten of deze magnesiumwaarden ook op lange termijn invloed hebben op het verlies van gebitselementen. Ze deden een 5 jaar follow-up studie in het Noord-Oosten van Duitsland onder meer dan 3000 mensen. Uit de studie blijkt dat het aanhechtingsverlies bij de groep met een (zeer) lage magnesium/calcium ratio (Mg/Ca-ratio) het hoogst is en verwaarloosbaar bij de groep met een hoge Mg/Ca-ratio. De verhouding beïnvloedt de progressie. Na vijf jaar was er eveneens meer tandverlies in de groep met hoge C-reactive proteïn (CRP)- waarden. CRP is marker voor systemische ontsteking. Het tandverlies werd voorkomen door een hogere Mg/Ca-ratio. De onderzoekers concluderen dat voeding rijk aan magnesium mogelijk een preventieve maatregel is tegen tandverlies door parodontitis. Voor volwassen vrouwen is de aanbevolen hoeveelheid tussen de 250-300 mg per dag. Voor mannen tussen de 300-350 mg per dag. Voedingsmiddelen rijk aan magnesium zijn noten, volkorengraanproducten, vis, schaal-en schelpdieren, donkergroene bladgroenten, bananen, bessen, peulvruchten, koffie en chocolade dranken. Een veilige en maximale dosis magnesium als supplement is 250 mg. Heb je het boek Voeding en Mondgezondheid? Meer over magnesium is te vinden op bladzijde 41 en over suppletie op bladzijde 53.

Foto: dollarphotoclub

Bronnen:

Perio 2015 P0074 Role of magnesium and calcium in periodontitis and tooth loss: a 5-year follow-up P. Meisel, B. Holtfreter, M. Nauck, T. Kocher Greifswald/Germany

Voeding en Mondgezondheid, Louise Witteman,ISBN 9789081864923, 2014

Voedingspiramide voor de mond

Met voeding kun je zorgen je voor een gezond klimaat in je mond, een frisse adem en mooie tanden. Met deze Voedingspiramide tips voorkom je aantasting van het glazuur, gaatjes, een slechte adem en ontsteking van het tandvlees.

Water kun je altijd drinken. Bijna alle zoete dranken (ook met zoetstof) tasten het gebit aan doordat ze zuren bevatten. Wen kinderen ook aan het drinken van water. Thee (kruiden, groene, rooibos) zonder suiker is een prima alternatief. Alleen zuursmakende theesoorten zijn af te raden. Zij tasten het tandglazuur aan, waardoor het glazuur verdwijnt en je tanden geel kunnen worden.

Groenten leveren antioxidanten en bioactieve stoffen, die de mond helpen beschermen tegen ontstekingen. Groenten zijn goede en suikervrije tussendoortjes. Tomaat en komkommer werken verfrissend bij een droge mond.

Fruit zorgt voor de dagelijkse benodigde vitamine C. Dit helpt de mond beschermen bij ontstekingen zoals parodontitis. Fruitzuren tasten wel het tandglazuur aan. Eet daarom fruit tijdens 1 van de 7 eetmomenten, ook vruchtensap of fruitsmoothies horen hierbij .

Zuivel beschermt je tanden tegen gaatjes en tanderosie. Dit kan door zuivel toe te voegen aan een fruitsmoothie of een blokje kaas te eten bij een glas wijn. Dagelijks zuivel gebruiken is mogelijk gunstig tegen parodontitis.

Graanproducten, peulvruchten en knollen zijn gezond en veilig voor het gebit. Suikers toegevoegd aan graanproducten verhogen wel de kans op gaatjes, vooral als dit kleverige producten zijn zoals ontbijtkoek. Het eten blijft dan langer in de mond en kan daardoor meer schade veroorzaken!

Vis, wild, gevogelte, vlees en ei zijn veilig voor het gebit te gebruiken. Door een snee brood te beleggen met bijvoorbeeld ei, vis of vleeswaren, duurt het langer voordat je weer trek hebt. Dit maakt het makkelijker minder vaak een tussendoortje te eten en dat helpt de mond gezond houden. Het advies is maximaal 4 x iets tussendoortje te eten.

Noten en zaden beschermen net als zuivel de tanden en kiezen tegen inwerking van voedingszuren. Noten zijn samen met een stukje fruit een perfect tussendoortje.

Oliën en vetten leggen een beschermend laagje over de tanden en kiezen. Dit helpt het gebit waarschijnlijk te beschermen tegen zuuraanvallen. Een beetje olie en vet bij de maaltijd is dus een uitstekend idee.

Zoetmiddelen zoals vijgen en ander gedroogd fruit zijn vezelrijke tussendoortjes. Let wel op, ze kunnen net als snoepgoed gaatjes in het gebit veroorzaken. Laat kinderen daarom hun rozijntjes in een keer opeten.

Deze blog verscheen eerder in aangepaste vorm als nieuwsbrief van Voedingspiramide. Op de website van Voedingspiramide kan je de Voedingspiramide voor 4-18, Voedingspiramide bij zwangerschap en borstvoeding en de Voedingspiramide voor Volwassenen downloaden.

Zonder fluoride, kan het?

Heb jij ze ook? Cliënten die liever geen fluoride gebruiken? Ook al druist het in tegen het gangbare Advies cariëspreventie zoals dat is geformuleerd door het Ivoren Kruis, we leven in een vrij land. Ongeacht de argumenten, als mensen bij hun standpunt blijven, welk advies geef je dan? Dankzij fluoride kunnen wij dagelijks veel suiker eten, zonder dat onze tanden worden aangetast. Door de ontdekking en toepassing van dit middel in de jaren ’70 daalde de cariës prevalentie. Een andere manier om te zorgen dat cariës minder snel of niet ontstaan is het verminderen van het suikergebruik. Niet alleen de frequentie maar ook de hoeveelheid suiker in het dieet bepaald het risico op het ontstaan van cariës. Het geschatte suikergebruik in Nederland ligt rond de 40 kg per persoon per jaar (110 gram per dag). Bij deze hoeveelheid suiker heeft het gebit die extra bescherming van fluoride echt nodig. Maar als je cliënt bereidt is de hoeveelheid suiker in het dieet te verlagen naar 10 kg per jaar (ongeveer 25 gram per dag), dan zal hij naar alle waarschijnlijkheid gave tanden behouden zonder fluoride. Er vanuitgaande dat er sprake is van een goede mondhygiene. De meeste suikers die wij eten zijn toegevoegd aan de voeding, adviseer de cliënt over te gaan op een  een pure, natuurlijke onbewerkte voeding. De voedingspiramide is een voorbeeld van zo een onbewerkte voeding. Door de voeding te berekenen met een online tool of app kan het suikergebruik in kaart worden gebracht.

Foto: dollarphotoclub

(Voor broninformatie zie het boek Voeding en Mondgezondheid)

Video mondzorg&voeding

Voeding, HbA1C, diabetes mellitus, metabool syndroom, leefstijlgerelateerde ziekten, overgewicht. Het is belangrijk voor de mondzorgverlener! Bekijk de video

Suikeralternatieven

Suiker zit in zoveel voedingsmiddelen. Waar zit het niet in? Er is veel verwarring over het onderwerp. Het begint bij de naam. Bij suiker denken we aan suiker uit de suikerpot. Maar suikers zijn een groep van koolhydraten met een zoete smaak.

Alle soorten suikers zijn cariogeen, dus niet alleen de suiker uit de suikerpot. Producten die (van nature) suikers bevatten zoals honing en (graan-)stroop bijvoorbeeld, zijn dat ook. Cliënten kunnen denken dat deze suikers geen cariës kunnen veroorzaken, maar niets is minder waar.

Ook producten waarop staat dat het gezoet is met (appel)stroop, karamel, siroop, vruchtensap, jam, honing, oerzoet bevatten suikers. Attendeer cliënten hierop. Vooral mensen die bewust met hun gezondheid bezig zijn vervangen suiker uit de suikerpot nog wel eens voor andere suikers.

Voor wie het boek Voeding en Mondgezondheid heeft, een uitgebreide lijst van suikerbenamingen is te vinden op bladzijde 234.