Interview met mondhygiënist Fenne Hoogteijling

Elke maand interviewen we een inspirerende zorgverlener. Deze maand is  Fenne Hoogteijling aan het woord.
Fenne studeerde in 2010 af als mondhygienist aan de Hogeschool Utrecht. Sindsdien werkt ze in een solopraktijk in Soest. De praktijk is bij het ouderlijk huis.

Hoe ziet je klantenkring eruit?

Ik behandel zowel cliënten van mijn vader (die al 42 jaar tandarts is) als cliënten die verwezen worden naar mij door tandartsen uit de buurt.

Welke rol speelt preventie in jouw dagelijkse praktijk?

De sleutelrol. Mijn vak bestaat uit het voorkomen van problematiek in de mond, niets meer, niets minder.

Ik ben opgeleid als de zogenaamde borende mondhygiënist, maar ik wil er bewust niets mee doen.

Wat doe je dagelijks in de praktijk?

Mijn praktijk bestaat uit veel gezinnen met jonge en oudere kinderen, in sommige gevallen behandel ik al de 3e generatie die hier cliënt is.

De focus ligt dus op preventief onderhoud. Ik begeleid ouders en hun kinderen vanaf het eerste tandje en seal bij kinderen onder cofferdam maar voer ook parodontale behandelingen uit. De verregaande parodontale problematiek verwijs ik naar een goede parodontologie praktijk in Amersfoort.

Wat vind je leuk aan je werk?

De afwisseling, elke dag en elk uur is anders. Het besef dat mensen al jaren geen klachten hebben doordat we goed samenwerken aan een goede mondgezondheid. Kinderen die stralend binnen komen lopen omdat ze het zo leuk vinden. Contacten met cliënten die zo gezellig en soms ook inspirerend zijn dat je tijd tekortkomt omdat je ook wilt bijpraten over meer dan tanden alleen.

Geef je advies over gedragsverandering? (Stoppen met roken, gezonder eten, meer bewegen)

Ja, altijd.Ik ben altijd gericht op het stoppen met roken aspect, maar betreft gezonder eten en meer bewegen hou ik me op de achtergrond. Het komt ter sprake als ik zie dat door het dieet het gebit wordt aangetast en daar maak ik een aantekening van in de kaart. Bij kinderen met tanderosie en caviteiten informeer ik de ouders telefonisch als ze niet bij de afspraak aanwezig waren en vraag hen of ze de volgende keer meekomen.

Folders over erosie en/of cariës geef ik mee. Folder over stoppen met roken heb ik niet en de meeste mensen die bij mij komen zeggen bij voorbaat niet te willen stoppen, of zijn juist bij mij voor die laatste stok achter de deur óm te stoppen met roken.
Ik ben voorzichtig met het overladen van mensen met info. Ik hou er rekening mee dat 80 procent aan gegeven info niet wordt opgeslagen of goed wordt onthouden bij zo’n eerste bezoek.
Soms zijn mensen nerveus en soms hebben ze andere verwachtingen. Ik kijk per persoon waar ze behoefte aan hebben.
Sommigen zitten ook niet te wachten op een enorm lange intake vragenlijst.
Als ik naast een begroting ook nog een stapel folders ga meegeven en begin te praten over de situatie in de mond zelf, het stoppen met roken, gezonder eten en meer bewegen, dan haken mensen echt af.
Ik doseer dat gedurende de behandelrelatie.
Ik waag me overigens niet aan het advies om meer te bewegen, zeker niet bij een eerste bezoek. Dat is niet mijn vakgebied en door medicatie of wat men heeft meegemaakt in het leven kan het zijn dat mensen er zo bijzitten.  Er zijn altijd nuances om rekening mee te houden.

Betrek je preventieve adviezen ook op jezelf? Hoe gezond leef jezelf?

Met een moeder die orthomoleculair therapeut is en een ex-topsporter als echtgenoot, ontkom ik niet aan het bewust bezig zijn met voeding en voldoende beweging. Ik weet niet beter. Ik eet zo min mogelijk dierlijke producten en probeer onze voeding zo biologisch/dynamisch mogelijk te houden. Natuurlijk lukt dat niet altijd, maar ik zie nu al zoveel jaren de positieve effecten ervan, het werkt!

Bespreek je risicoanalyses met je cliënten?

Ik maak geen risico analyse, ik noteer elke keer na elke afspraak of de situatie is verbeterd of niet. Als het niet is verbeterd ligt het risico automatisch hoger toch?

Ja, vanuit de wetenschappelijke literatuur die er voorhanden is probeer ik dit bespreekbaar te maken. Dat een bepaalde levensstijl kan leiden tot bepaalde (onomkeerbare) aandoeningen. Niet iedereen is zich daar bewust van.

Hoe betrek je je cliënten bij behandelbeslissingen?

Een zinnetje: ‘wat wilt u zelf en wat verwacht u van mij?’ Is voldoende om te weten wat mijn cliënt in zijn hoofd heeft.

Heb je een preventief stokpaardje?

Haha, ja, 80% doet u thuis zelf, 20% doe ik voor u.  Ik ben geen EHBO praktijk en verricht ook geen wonderen.

Bloedend tandvlees hoort niet, als u zou bloeden uit uw oog dan zat u vandaag nog bij de huisarts. Hetzelfde geldt voor uw tandvlees. Bloeding is ontsteking, dus een ongezonde mond! Werk aan de winkel dus.

Wat doe je anders in de praktijk, in vergelijking met een aantal jaar geleden, het begin van je carrière?

Ik ben goed opgeleid op de HU, maar mijn echte training heb ik gekregen van mijn vader, die, als oud-docent tandheelkunde-parodontologie mij al vroeg in mijn studie naar tandheelkundige congressen heeft meegenomen in binnen en buitenland. Hierdoor is mijn blik verbreed. Ik weet veel over behandelplanning en wat er mogelijk is binnen de tandheelkunde, mits je een goede professional treft.  Ook een goede les: niet iedere pocket van 4 is parodontitis.

Waar denk je dat de toekomst van je vak heen gaat?

Iedereen heeft tanden, dus iedereen zal altijd een mondhygiënist nodig hebben.

Ons vak mag niet uitgekleed worden tot een schoonmaakdienst/wasstraat voor tanden, maar moet blijvend worden gezien als een essentieel onderdeel van een gezonde leefstijl.

Wat is je favoriete bron of boek over de onderwerpen voeding en/of tandheelkunde?

Pubmed voornamelijk

Op welke social media kunnen mensen je volgen

Ik heb geen facebook (meer) en ook mijn Instagram laat te wensen over. Dus ik ben niet volgbaar. Maar samen met  3 collega’s/ondernemers/vriendinnen hebben we stichting Goed Gebekt opgericht. Je kan ons volgen op Facebook onder Goed Gebekt en Tandvleescijfer. Kijk ook eens op www.tandvleescijfer.nl en www.goedgebekt.net.

Welke facebookpagina of Instagram-feed vind je echt de moeite waard?

De instagram-feed van collega Tiffany Claus, altijd verfrissend en inspirerend.

Voor welk eten kunnen we je ‘s nachts wakker maken?

Sushi en chocola van Tony (de melkchocola citroenmerengue editie)

Diëtist in het preventieteam: interview met Jolien Verschragen

Vertel eens over je werk in een tandartsenpraktijk?

In november 2016 ben ik gestart als vaste diëtist in het preventieteam van tandartspraktijk Dante Tanden in Rotterdam. Op deze manier is de afgelopen twee jaar de preventiebehandeling uitbereid met een extra onderdeel, namelijk voeding en mondgezondheid. Alle kinderen (en hun ouders) die een afspraak hebben bij de preventieassistenten krijgen vanaf dat moment een combinatieafspraak waarin zij ook naar mij als diëtist komen om naast de mondhygiëne ook met het voedingspatroon aan de slag te gaan. Nu, twee jaar later, zien we dat het onderdeel preventie in de praktijk steeds groter word en voeding niet meer weg te denken is in het behandelproces van de patiënten! Ouders zijn enthousiast, kinderen zijn sowieso altijd enthousiast om nieuwe dingen te leren en ik heb een topteam van preventieassistenten om me heen die allemaal even enthousiast deze uitdaging met mij zijn aangegaan.

Waar is de praktijk?

De praktijk zit aan de Dantestraat in Rotterdam Lombardijen

Wie behandel je?

In het preventieteam van de tandzorg zie ik voornamelijk kinderen met hun ouders. De jongste kindjes zijn ongeveer een jaar of twee en zitten in de ‘wen-fase’ bij de tandarts. Deze beginnen met samen met pappa en mamma in de stoel tandjes tellen. Bij deze kinderen beginnen we zo jong mogelijk met het ondersteunen van de ouders bij het poetsen en de voeding van het kindje. Jong geleerd is oud gedaan, tenslotte. De oudste die ik zie zijn tussen de 15 en de 17 jaar. Bij deze pubers is de focus zoveel mogelijk op eigen verantwoordelijkheid, wat vaak een flinke uitdaging is.

Naast de kinderen die via de tandarts worden verwezen zie ik ook kinderen en volwassenen met andere voedingsproblematiek zoals overgewicht, ondergewicht, allergieën en intoleranties en kinderen die door gedragsproblemen een eenzijdig of selectief eetpatroon hebben.

Wie was de initiatief nemer van een diëtist in de praktijk?

De initiatiefnemer van het plan om een voedingsdeskundige in de praktijk te nemen is tandarts en eigenaar van deze praktijk in Rotterdam, Poeya Mohtadili. We leerden elkaar kennen op een verjaardag van gezamenlijke vrienden en kwamen erachter dat we een gemeenschappelijke passie deelden: werken met kinderen. Met vol enthousiasme vroeg Poeya mij toen of ik in zijn praktijk wilde komen werken om samen de ouders en de kinderen  met het voedingspatroon aan de slag te gaan. Al jaren lang ziet hij hoe de mondhygiëne van zijn patiënten verslechterd door het gebruik van veel suiker en zuren in het voedingspatroon. Ook verdere lichamelijke problemen die hier uit voortkomen ziet hij dagelijks in de stoel. Zowel bij kinderen als bij volwassenen. Hij is ervan overtuigd dat voeding een onmisbaar onderdeel van de tandzorg was, een onderdeel waarmee zowel gebitsproblematiek als andere lichamelijke klachten aangepakt kunnen worden.

Wat is de meerwaarde volgens jou?

Phoe jeetje, wat NIET kun je beter vragen !

De overkoepelende meerwaarde is dat kinderen met hun ouders op een laagdrempelige, luchtige en speelse manier in aanraking komen met kennis over gezonde voeding.

Dit valt of staat met het moment van doorverwijzing. Op het moment dat de ouders met de kinderen bij mij in de spreekkamer komen zitten voor de afspraak, creëer je een moment van aandacht waarbij zowel de ouders als de kinderen even stil staan bij wat ze nou eigenlijk allemaal eten en drinken. Op deze manier wordt er bij iedere afspraak (4x per jaar) door middel van een herhaling, spelletjes, vragen en antwoorden een beetje meer bewustwording bewerkstelligd. Vaak ervaar ik dat hoe vaker de gezinnen komen, hoe meer vragen ze hebben en hoe meer ze vertellen.

Wat ook een waardevol aspect is, is dat we met deze behandelmethode veel meer over de situatie van de patiënten en hun gezinnen komen te weten. Doordat je beschikt je over meer informatie creëer je meer begrip en kan je nog betere zorg leveren aan de patiënten van de praktijk.

Als laatste meerwaarde zorgt deze onderlinge verdeling voor minder druk gedurende de werkzaamheden die de preventieassistenten moeten doen. Preventieassistenten moeten in een half uur tijd de gebitjes van de kinderen kleuren, foto’s maken, vervolgens schoonmaken en daarna nog de ouders en de kinderen instructies en informatie geven over tandenpoetsen en voeding. Je kan je misschien voorstellen dat dit, zeker als je een kindje in de stoel hebt die angstig is en alles langzamer gaat, nauwelijks haalbaar is in de tijd. Voeding is hierdoor altijd een ondergeschikt onderdeel omdat het nou eenmaal niet de specialiteit van de preventieassistente is en ze vaak de tijd hard nodig heeft om te reinigen en het poetsen goed met de kinderen te oefenen. Op het laatste moment wordt de ouders dan nog verteld dat ze echt op moeten passen met snoepen en sapjes drinken. Dit gaat het ene oor in en het andere oor uit, als de kinderen niet al heel hard de behandelkamer uit zijn gerend omdat ze blij zijn dat het klaar is.

Kortom, genoeg redenen om de voeding als apart onderdeel van preventie aan te bieden.

Is er ook nog iemand anders die advies geeft over voeding in de praktijk?

Nee, op dit moment neem ik volledig het onderdeel voeding van de preventieassistenten over. Ook is er geen andere voedingsdeskundige op de praktijk die deze taak vervuld.

Hoe zetten jullie preventie in, in de praktijk?

De afspraken voor voeding zijn standaard gekoppeld aan de preventieafspraken. Kinderen komen hiervoor om de drie maanden naar de praktijk. Daarnaast organiseert de praktijk poetslessen op scholen en in asielzoekerscentra en worden kinderen regelmatig in groepjes door de assistenten van school gehaald en weer gebracht voor controleafspraken bij de tandarts. Ouders kunnen hun kinderen hier dan voor opgeven.

Hoe is het consult met jou georganiseerd?

Meteen vanaf het begin van de samenwerking was ik een vaste dag in de week op de praktijk aanwezig. Alle kinderen die op deze dag een afspraak hebben bij de preventieassistente worden zoveel mogelijk direct doorverwezen en  meteen bij mij geïntroduceerd. Ook sturen de tandartsen zelf regelmatig iemand door als ze zien dat ik een gaatje in mijn spreekuur heb. Vaak is deze eerste afspraak wat korter omdat het vooral een kennismaking is, waarbij ik uitleg wat we gaan doen. De preventieassistenten of de tandarts heeft dan al in de stoel kort een introductie gegeven over mij. Vervolgens worden de vervolgafspraken daarna standaard gecombineerd. Op deze manier is mijn eigen agenda met afspraken voor voeding langzaam gevuld. Nog steeds is het zo dat de preventieassistenten, de tandartsen en ik mijn agenda goed in de gaten houden gedurende de dag, want zodra er een plekje over is in de agenda is en ze hebben een nieuwe patiënt dan wordt ook deze meteen doorgestuurd. Het vraagt om een nauwe samenwerking tussen alle behandelaars op de praktijk maar omdat iedereen op de praktijk het belang van voeding bij mondgezondheid ziet gaat dit inmiddels heel soepel.

Betaald de cliënt het consult zelf?

Op dit moment ligt de focus op kinderen, en de ouders en/of begeleiders daarvan. Dit omdat wij dit de belangrijkste doelgroep vinden. Wanneer kinderen op jonge leeftijd leren goed met hun gebit om te gaan zullen ze daar op latere leeftijd profijt van hebben. Ook is het zo dat tot 18 jaar alle zorg voor kinderen onder de basisverzekering van de ouders valt dus ouders hoeven hier niets voor te betalen. Voor volwassenen ligt dit anders. Hierbij hangt het af van hoe de patiënt verzekerd is.

Hoe wordt je genoemd in de praktijk? (geen diëtist, waarom niet)

In de praktijk is ben ik onderdeel van het preventieprogramma. De preventieassistenten en ik vormen samen het preventieteam. We kijken dus niet alleen naar de poetsvaardigheden en mondhygiëne, maar ook naar hoe het eet- en drinkpatroon er uit ziet. Het woord diëtist proberen we in dit stadium van verwijzen te vermijden. Diëtisten hebben niet zo een goed imago, het draagt een negatieve lading en veel ouders schrikken als ze horen dat ze naar de diëtist worden verwezen. Wanneer ouders eenmaal bij mij binnen zijn om kennis te maken ga ik het onderdeel voeding en mondgezondheid én het begrip diëtist aan de kinderen uitleggen. Ouders zien dan via mijn naamkaartje wel meteen dat ik diëtist en kinderdiëtist ben. Op deze manier weten ouders dat we het professioneel en serieus aanpakken. De preventieassistenten zelf zeggen altijd letterlijk: “ we hebben een gaatje in de agenda over, dus jullie mogen vandaag vast even kennis gaan maken bij een leuke nieuwe collega van ons die met jullie de komende tijd hetzelfde als wij gaat doen maar dan van alles over eten en drinken gaat vertellen”.  We houden het dus luchtig en laagdrempelig.

Wat betekent preventie volgens jou?

Preventie betekend voor mij werken aan zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid voor later. Het helpen van ouders bij een klein stukje opvoeding, die uiteindelijk veel groter is dat alleen goed je tanden kunnen poetsen. Namelijk leren goed voor je eigen lichaam te zorgen. En ik ben ervan overtuigd dat het uiteindelijk echt niet alleen de kinderen zijn die er wat van opsteken… 😉

Hoe betrek je je cliënten bij behandelbeslissingen?

We leggen aan de kinderen en de ouders uit hoe belangrijk het eet-en drinkpatroon is voor de gezondheid van je gebit. Alles wat je eet en drinkt gaat door je mond, dus alles wat je eet en drinkt heeft invloed op je tandjes. Poetsen alleen is tegenwoordig gewoon niet meer genoeg, en het veranderen van je eetpatroon kan een groot verschil maken. Daarna leg ik uit wat we allemaal gaan doen en laat ik ouders en kinderen inzien dat het vooral een heel leuk en leerzaam behandeltraject gaat worden J

Wat is je favoriete bron of boek over de onderwerpen voeding en/of tandheelkunde?

Ik heb mijzelf voorafgaand aan deze samenwerking zoveel mogelijk verdiept in de preventie binnen de tandzorg. Een zeer waardevolle en leerzame bron was het boek en het platform Voeding & Mondgezondheid van Louise Witteman. Op deze manier heb ik mijn kennis kunnen bijschaven op het gebied van veel voorkomende onderwerpen, problemen en ziektebeelden binnen de preventie. Daarnaast heb ik een fantastisch team van preventieassistenten om mij heen die een onuitputtelijke bron van informatie zijn, die mij heel veel hebben bijgebracht op het gebied van mondzorg en van wie ik ontzettend veel heb mogen leren over preventie in de praktijk.

Op welke social media kunnen mensen je volgen

Binnenkort op Facebook, Instagram en Linked-In onder de naam FoodMood Dietist.

Welke facebookpagina of Instagram-feed vind je echt de moeite waard?

Tof, betrouwbaar en leuk om te volgen is I’m a Foodie. Zij hebben een aantal goede boeken geschreven (Eet als een expert) en zij vormen een tof platform in de social media voor recepten, wetenswaardigheden, fabels en feiten en artikelen.

Voor welk eten kunnen we je ‘s nachts wakker maken?

Appeltaartijs

15 soorten honger met Marie Jose Torenvliet

Vertel eens iets meer over de praktijk waarin je werkt. Wie zijn je klanten?

Mijn diëtistenpraktijk, genaamd NutriFit, begon ik begin 2005 in Schiedam. Inmiddels is het uitgegroeid naar 5 locaties in totaal in Schiedam, Vlaardingen en aan huis in de Hoeksche Waard. Dit doe ik natuurlijk niet alleen, maar samen met 3 andere collega’s. De mensen die ons een of meermalen bezoeken, hebben hulp nodig bij het aanpassen van hun eetpatroon, opdat ze minder gezondheidsklachten ervaren ofwel fitter zullen worden.

Hoe komen de clienten jouw praktijk binnen? Gestuurd door de dokter of op eigen initiatief?

Ik schat in dat 1/3 deel zelf zijn weg online zoekt naar NutriFit en 2/3 deel via via. Ik ervaar zeker de laatste paar jaar zogezegd enorm dat “vlek-effect”. Een groot gedeelte komt via mensen die ik ken: dat zijn op de allereerste plaats huisartsen, maar ook medisch specialisten en hun assistenten, maar ook via andere paramedici en vroegere klanten, als ook via familie, vrienden en kennissen.

Sinds wanneer werk je als dietist? Hoe is jouw werk in de jaren veranderd? 

In 1996 ben ik afgestudeerd als diëtist en via wat omwegen belandde ik in de eerste lijn, dat wil zeggen, dicht bij waar de mensen wonen en leven. Ik heb eerst 7 jaar bij de thuiszorg gewerkt als diëtist en in 2005 startte ik mijn eigen praktijk. Ons beroep is enorm veranderd; de digitale wereld is in een stroomversnelling gekomen en dus ook het online werk van de diëtist. Dit lijkt nu een vanzelfsprekendheid, maar toch is dat niet al heel lang. En ook dit blijft zich ontwikkelen. Ik zie een absoluut voordelen. Je werkgebied wordt (door social media) veel groter en de klant is makkelijker te bereiken, maar daardoor zijn de eisen aan de snelheid waarmee je contact maakt ook toegenomen. Dagelijks ‘verblijf’ je een steeds groter aantal uren in de online wereld.

Daarnaast is de klant veel mondiger en meer betrokken bij zijn dieetbehandeling. Dat is heel prettig, omdat deze betrokkenheid vaak een grotere motivatie impliceert. En motivatie is hard nodig als je je eetpatroon wilt veranderen. De andere kant van de medaille is wel dat de eisen die aan mijn werk worden gesteld, ook steeds hoger liggen; het wordt bijna een vanzelfsprekendheid dat je heel erg goed bent in je vak. Hiermee wordt de noodzaak tot specialisatie steeds urgenter. Op zich ook weer een goede zaak, want ik ben van mening dat dit ook rust geeft in het werk van de diëtist; je hoeft niet meer alles van alles te weten wat maar met voeding en diëten te maken heeft. Dat is feitelijk ook een onmogelijke taak in de steeds sneller veranderende wereld.

Welke aanvullende studies heb je gedaan als aanvulling op je opleiding en waarom?

Mijn eerste aanvullende studie deed ik al tijdens mijn opleiding tot diëtist: de sportdiëtetiek. Het was een logisch keus, omdat ik door mijn (top)sportverleden de keus voor de diëtistenopleiding had gekozen. Het begeleiden van sporters is ook hetgeen waar mijn hart het snelst van gaat kloppen. Helaas heb ik er weinig werk in gehad, maar ook dat neemt weer toe, sinds mijn klanten steeds meer in hun vrije tijd toch wel aan serieuze sportbeoefening doen.

Daarnaast heb ik mij verdiept in de orthomoleculaire voedings- en dieetleer, als ook in de evolutionaire gezondheidsleer. Tijdens deze opleidingen raakte ik gefascineerd door de fysiologische en biologische processen in ons lijf, die nauw zijn verbonden zijn met de samenstelling met hetgeen we eten. Ik vind dat dit tot het vaste curriculum van de diëtetiekopleiding zou moeten bestaan.

Een andere voorname opleiding die ik deed was die van motival interviewing. Met deze kennis lukt het mij beter om aan te sluiten bij de fase van gedragsverandering waar de klant zich in bevindt. Het maakt mijn werk een stuk aangenamer, omdat ik hierdoor het gevoel krijg niet te werken vóór de klant, maar mét de klant.

Hoe betrek je je cliënten bij behandelbeslissingen?

Door ten eerste bij aanvang van de behandeling stil te staan bij de hulpvraag van de klant en gedurende de hele behandeling alert te blijven door te evalueren.

Heb je een (preventief) stokpaardje?

Maar natuurlijk! De 15 soorten honger toelichten aan de hand van de werking van het mechanisme van honger en verzadiging in ons lijf. Ik heb gemerkt dat mensen het fijn vinden als ze zichzelf herkennen in een aantal van de hongersoorten.

Wat doe je anders in de praktijk in vergelijking met het begin van je carrière?  

Confronteren als het nodig is, wanneer ik signalen oppik waaruit ik op kan maken dat iemand niet serieus met zijn dieet aan de slag is. De impact van het (willen) veranderen van je leefstijl wordt mijns inziens schromelijk onderschat. Ik heb de naam dat ik een sterk empatisch vermogen heb (voor mijn klant die worstelt met verandering) en daardoor vaak mee beweeg, soms iets teveel of te lang. Dit maakt de dieetbehandeling dikwijls ineffectief en inefficiënt merkte ik op den duur. Het gebrek aan toewijding kan dit nog eens versterken. Dan is eerlijk zijn, wat soms wel een beetje ongemakkelijk kan zijn, wel de beste manier om patronen te doorbreken.

Vind je dat je voldoende tools hebt gekregen tijdens de opleiding om bij leefstijlverandering patient goed te begeleiden?

Het is een gedegen basisopleiding, maar de levenservaring en werkervaring zijn minstens zo belangrijk om mensen naar een blijvende leefstijlverandering te kunnen leiden. Bovendien zal pas tijdens het werkende leven blijken of je geschikt bent als coach cq. therapeut. En tja, dat komt pas later. Het helpt als je affiniteit hebt met gedragsverandering en nieuwsgierig bent van aard. Ik blijf het fascinerend vinden om er achter samen met een klant achter te komen waarom een bepaalde gewoonte lastig is om te veranderen.

Preventie is het voorkomen van (verergering van) problemen. Wat is jouw visie op de huidige gezondheidsproblemen? 

Ik denk dat de kentering in gang is gezet, ongeveer 5 tot 7 jaar geleden. De medische wetenschap raakt steeds meer doordrongen van de noodzaak tot preventie binnen de curatie. Voeding speelt vanzelfsprekend een hele belangrijke rol hierin, dood eenvoudig omdat iedereen moet eten, elke dag weer. Echter de kennis over de noodzaak levert niet direct ook de oplossing. Hiermee wordt de gezondheidszorg steeds complexer. Een daadwerkelijk verschuiving van curatie richting preventie zal nog decennia duren.

Wat moet er volgens jou gebeuren om deze op te lossen?

Reörganisatie van bestaande denk- en doe-patronen. Niet alleen bij de professionals binnen de zorg, maar ook binnen de werelden van wet- en regelgeving, waar uiteindelijk de infrastructuur van de gezondheidszorg wordt gekleid.

Hoe kwam je op het idee voor je boek verschillende soorten honger?

Al ruim 20 jaar geleden kwam ik via een collega in aanraking met de 7 of 8 soorten honger; hoofd- en maaghonger waren de 2 meest bekende. In de loop der jaren verzon ik er een aantal bij, omdat deze 7 voor mijn gevoel niet hele spectrum van honger beslaan. Toen ik na mijn opleiding evolutionaire gezondheidsleer ook beter het onderliggende mechanisme van honger en verzadiging begreep, wilde ik niets liever dan dit uitleggen aan de leek, aan de consument die eeuwig worstelt met hongergevoelens. Toen ik uiteindelijk echt mijn boek ging schrijven, kwam ik op 15 verschillen hongertypen uit, maar het hadden er net zo goed 16 of 17 kunnen zijn.

Hoe kunnen collega’s het gebruiken?

Feitelijk is het boek geschikt voor iedereen die eet; dus voor iedereen. Omdat niet elke collega zich verdiept heeft in de materie die het boek beschrijft, is het voor velen ook absoluut een leerboek. De essentie van mijn boek is te leren luisteren naar de hongersignalen en ze correct te interpreteren. Om dit te kunnen, moet je durven afwijken van de gebaande paden, zelfs van het pad wat je eerder wellicht stevig omarmd hebt. Ik stel in boek bijvoorbeeld ter discussie of het (altijd) nodig is om te ontbijten.

Daarnaast is de rode draad in het boek de uitleg hoe de vicieuze cirkel van insuline resistentie (lees overgewicht) te doorbreken. Een jaar nadat het boek is uitgekomen, heb ik er een bijpassend scheurblok over laten ontwerpen, die te koop is voor collega’s. Het is een handzaam A4 met afbeeldingen, waarmee zowel diëtisten als praktijkondersteuners hun verhaal kunnen ondersteunen. Op de achterzijde staan kort de 15 soorten honger beschreven en de checklist “Is mijn maaltijd verzadigend genoeg?”.

Wanneer raad je aan om het te gebruiken?

Voor iedere professional die mensen helpt om hun eetgewoonten te veranderen. Meer dan de helft van de volwassenen heeft overgewicht, dus lijkt het voor elke professional nuttig om als naslagwerk in huis te hebben. Voor de consument is het fijn leesvoer als zij dieper in de materie willen duiken en merken dat hongergevoelens hun parten speelt.

Heb je een leuk praktisch voorbeeld uit de praktijk?

Een veel gehoorde verbazing is dat de lezer zelf gaat ervaren lang niet zo vaak te hoeven eten als ze eerder wel deden, wanneer ze de verzadigingswaarde van de hoofdmaaltijden vergroten. De hardnekkige gedachte dat tussendoortjes moeten, durven ze dan ook makkelijker los te laten.

Welke e-health toepassingen zet je in de praktijk in?

Ik heb een digitaal patiëntendossier, overal toegankelijk voor ons als professional. Een digitaal e-mail bevestigingsmail systeem, waaraan een eetdagboek gekoppeld is. Natuurlijk 2 websites, een webshop en e-mail. Ook via Whatsapp en sms zijn we als praktijk bereikbaar. Daarnaast is er de beveiligde e-mail en beveiligde app Siilo om privacygevoelige data uit te wisselen met andere professionals. Ook Zorgmail staat op mijn verlanglijstje.

Wat is je favoriete bron of boek over de onderwerpen voeding?

Dat is er niet 1, ik heb namelijk stapels en stapels waar ik door geïnspireerd ben geraakt. Een van de laatste boeken die echt indruk maakten, waarmee ik ene vertaalslag zou willen maken naar het advieswerk van de diëtist, is het boek “Kaizen in business”. Het is een Japanse veranderkunde, waarbij stilgestaan wordt wat de effecten van verandering zijn op bepaalde hersengebieden. Feitelijk komt het er op neer dat onze hersenen niet staan te juichen bij verandering. Sterker nog, de hersenen zullen de hakken in het zand zetten als er verandering dreigt. Als je dit principe vertaalt naar (di)eetveranderingen, dan besef je je pas waarom onze klanten vaak struikelen. Veelal wordt het geïnterpreteerd als “ongemotiveerd”, maar in feite is het niet kunnen volharden in een nieuwe gewoonte, juist een normale reactie. Maar gelukkig is er hoop! Kleine stapjes, kleine veranderingen worden niet opgemerkt door de hersenen, waarmee dat de beste strategie lijkt voor het beste resultaat op lange termijn.

Voor welk eten kunnen we je ‘s nachts wakker maken?

Voor niks, maar overdag lust ik het allerliefst pittig Thais eten.

Ik luister niet, maar hoor je wel!

Voor preventieve zorg heeft de zorgverlener veel vaardigheden nodig.Om een client te kunnen helpen heb je veel informatie nodig van de cliënt. Zo krijg je inzicht in wat de cliënt nodig heeft, verwacht en wil bereiken. Om dit inzicht te vergaren is het belangrijk de juiste vragen te stellen, maar vooral ook goed te luisteren naar de antwoorden.En daar gaat deze blog over: luisteren.

 

Luisteren

De allerbelangrijkste vaardigheid voor een zorgverlener is ‘luisteren’  . Luisteren is een vaardigheid die je kan aanleren. En al hoewel we iedere dag ‘ horen wat iemand zegt’ is luisteren naar wat iemand zegt moeilijker. Wat we verstaan is persoonlijk. Ook wij als zorgverleners horen wat we willen horen. Heel veel dingen zien en horen we niet omdat we er niet op letten, gekleurd zijn door ons eigen gevoelsleven en referentiekader (bias). Een goed luisteraar is iemand die zich in leeft in de gedachten wereld en het gevoelsleven van de ander. Luisteren doe je ook met je ogen. Naast stem, woordkeuze en intonatie kijken we ook naar gezichtsuitdrukkingen, gebaren en houding tijdens het luisteren.

 

Actief luisteren

We luisteren 2-3 x sneller dan we kunnen praten. Het is daarom eenvoudig om af te dwalen als iemand aan het praten is. Luisteren vereist concentratie. Veel mensen zijn tijdens het luisteren al bezig zijn reactie te formuleren. Luister je dan nog wel? Actief luisteren doe je door de juiste zithouding en aansporing te maken, zodat de spreker zich bemoedigt voelt om door te praten. Dit kan zowel verbaal als non-verbaal.

Luisteren kan op vele manieren:

 

Informatief luisteren.

Als je informatie wilt opnemen let je op de grote lijn van het verhaal en de details, zodat je het kan begrijpen en reproduceren. Dit wordt ook wel informatief luisteren genoemd.

Selectief luisteren.

Bij selectief luisteren luister je naar het gehele verhaal maar intensiever naar de onderdelen die jij interessant vindt.

 

Evaluerend luisteren.

Als iemand je wil overtuigen van een standpunt of wilt overhalen tot gedragsverandering pas je vaak een andere luisterstrategie toe, die van evaluerend luisteren. Bij evaluerend luisteren probeer je een oordeel te vormen over wat iemand zegt door wat de spreker zegt te toetsen aan je eigen kennis, logica en opvattingen. Je probeert hiermee eigenlijk te achterhalen wat de spreker wil bereiken.

 

Bij evaluerend luisteren interpreteren we de informatie die we hebben ontvangen. Om erachter te komen of deze informatie juist geïnterpreteerd is toetsen we deze bij de cliënt: “Begrijp ik het goed als u zegt dat u heel graag zou willen wandelen, maar dat u er geen tijd voor heeft?” En: “U zegt dat u graag uw partner wilt helpen, maar toch doet u het niet. Begrijp ik dit goed?”

Soms heb je om tot de kern van het probleem te komen meer informatie nodig. Het stellen van de juiste aanvullende vragen kan opheldering geven.

 

U zegt dat u heel graag zou willen wandelen, maar dat u er geen tijd voor heeft?

Voorbeeld  vragen om tot de kern te komen:

  • Kunt u mij vertellen hoe u dag er uitziet (tijdsindeling).
  • Wat maakt dat u niet kunt wandelen?
  • Wat doet u nu in plaats van wandelen?
  • Hoe zou u tijd kunnen vrijmaken om te wandelen?

 

U zegt dat u graag uw partner wil helpen, maar toch doet u het niet.

Voorbeeld  vragen om tot de kern te komen:

  • Wat is de reden dat u dit niet doet?
  • Wat houdt u tegen om uw partner te helpen?
  • Hoe zou u uw partner zou willen helpen?
  • Waarmee/ waarom zou u uw partner willen helpen?

Door te luisteren naar de antwoorden op vragen krijg je meer inzicht in je cliënt en is het mogelijk om de juiste gezamenlijke doelen op te stellen en te evalueren. Luisteren is een belangrijke basisvaardigheid voor zorgverleners. Ongeveer de helft van onze communicatie bestaat uit luisteren. Goed om eens stil te staan bij die van jou?

Help je cliënt bij het beslechten van barrières!

Gedragsverandering bestaat uit een aantal fases. Een daarvan is de besluitvormingsfase.  In deze fase neemt de patiënt het besluit om zijn gedrag te veranderen.  Barrières zijn hobbels die cliënten moeten nemen om tot uitvoering van het nieuwe gedrag te komen. Tijdens de besluitvormingsfase komen deze aanbod.

 

De belangrijkste barrières zijn (bron):

  • Opvattingen en ‘beliefs’ van de cliënt
  • Een gebrek aan wilskracht
  • Een te geringe persoonlijke effectiviteit
  • Een tekort aan vaardigheden
  • Belemmerende emoties
  • Tegenwerking of te weinig steun vanuit de sociale omgeving
  • Een gebrek aan praktische mogelijkheden
  • Drang of ‘craving’

 

Deze barrières zijn te herkennen in het kwalitatief onderzoek wat de ACTA deed. De onderzoekers beschrijven in het onderzoek de barrières die ouders ondervinden bij het promoten van de mondgezondheid van het kind.

Opvattingen en ‘beliefs’ van de cliënt

De meeste ouders onderkennen het belang van een verlaging van de suikerinname uit voeding en dranken om cariës te voorkomen. Toch zijn er ook enkele ouders, die gewoon niet geloven dat suiker schadelijk is voor het gebit. Deze barrière is te herkennen aan uitspraken als: ‘ik denk niet dat het helpt als mijn kind minder suiker gaat eten of het wordt wel gezegd dat suiker gaatjes veroorzaakt, maar dit is onzin!’

Belemmerende emoties

Ouders ervaren ook emoties die hen belemmeren om de mondgezondheid van hun kind te veranderen. Ze vinden het lastig om tegaan met het gedrag dat kinderen vertonen als ze iets niet mogen of voelen zich schuldig. Een van de ouders zegt in het onderzoek: ‘Ik zou me schuldig voelen als hij zijn beker opent en hij ziet dat er water in zit.’

Geringe persoonlijke effectiviteit

Uit het onderzoek blijkt dat dat ouders met veel zelfvertrouwen minder moeite hadden de suikerinname van hun kinderen te begrenzen. De ouders met minder zelfvertrouwen hadden hier dus meer problemen mee. Het lijkt erop dat deze ouders weinig of geen duidelijk(routine) eetpatroon hebben en duidelijkere regels.

Tegenwerking of te weinig steun vanuit de sociale omgeving

Veel ouders gaven aan dat ze weinig controle hadden over de inname van voedsel buitenshuis, bij grootouders, vrienden of buren. Een van de moeders zei: ‘Mijn moeder paste vaak op en ik vond het erg lastig haar te vragen mijn regels te volgen. Ik wilde haar niet beledigen.’

Ouders die aangaven thuis de suiker inname onder controle te hebben, gaven aan dit lastiger te vinden op school. Zij ervoeren meer druk van andere ouders, die de lunch box met ongezond voedsel vulden.

Praktische mogelijkheden

In het onderzoek geeft een moeder een praktische barrière aan: De prijs bepaald wat de kinderen eten en drinken: ‘Ik heb een zeer klein budget, ik moet heel voorzichtig zijn met mijn geld.’

Moeilijke eters

Een te geringe persoonlijke effectiviteit, te weinig steun van de sociale omgeving of een tekort aan vaardigheden kan ervoor zorgen dat ouders het moeilijk vinden de suiker consumptie te verminderen. Ouders verwoorden de barrière in het onderzoek als: ‘mijn kind houdt niet van gezond, is een moeilijke eter of houdt van zoet.’ Maar de werkelijke barrière zit in het feit dat de ouders niet weten hoe ze hier verandering in moeten brengen. Doorvragen is hier noodzakelijk om de juiste barrière te kunnen beslechten.

In de informed-app word je door de stappen van gedragsverandering geleid en ga je stap voor stap door middel van motivational interviewing met de cliënt door de fasen heen die nodig zijn om tot een besluit te komen. Wil je ook meer inzicht krijgen in de barrières die jouw cliënt heeft. Informed-app helpt je de juiste vragen te stellen en dit eenvoudig te noteren. De informed-app is alleen beschikbaar voor mondzorgverleners.

 

 

 

De zorgwens van dementerende ouderen

Vandaag nemen Manon Stultiens en Malou Willems de scriptieprijs in ontvangst. Reden om wat aandacht te besteden aan hun afstudeeropdracht met de titel:  Zorgwens van dementerende ouderen in een verpleeghuis.

Het aantal dementerenden groeit evenals het aantal ouderen in Nederland. Mensen met dementie hebben een grote kans de eindfase van hun leven in een verpleeghuis te besteden. Voor mensen met dementie is het lastig zelfstandig de mondhygiëne op peil te houden, door vergeetachtigheid, afname van mobiliteit etc. De dementerende ouderen zijn hierdoor afhankelijk van de zorg in het verpleeghuis.

Mondzorg is dus essentieel voor de algemene gezondheid en het welzijn van ouderen. Door een slechte mondhygiëne hebben mensen meer kans een hoop lichamelijke aandoeningen zoals bijvoorbeeld longontsteking, ondervoeding en een snellere kans op de dood. Uit onderzoek blijkt ook dat een slechte mondhygiëne geassocieerd wordt met een lagere kwaliteit van leven. Dit heeft te maken met pijn in de mond, niet meer durven lachen door schaamte en uit de mond ruiken waardoor mensen afstand nemen (bijvoorbeeld een kleinkind wat niet meer op schoot komt zitten). Ondanks het belang blijkt de mondzorg in de praktijk lastig uitvoerbaar. Er is sprake van een tekort aan behandeltijd, maar ook aan scholing voor de verzorgenden. De motivatie bij de verzorgenden is niet overal hoog genoeg om de nieuwe kennis te implementeren. Dit dilemma kan verlicht worden door een goede participatie tussen de zorgverlener en de contactpersoon. Bij individuele preventie is sprake van maatwerk voor elke cliënt. Hierbij wordt bedoeld dat de zorg aangepast wordt aan de wensen van deze individuele cliënt, en hierdoor op individueel niveau mondproblemen worden voorkomen. Door de zorgwens van de contactpersoon te inventariseren kan er completere mondzorg geboden worden. De zorgwens (persoonlijke invulling van de behoefte aan zorg) kan per persoon verschillen, en hierdoor wanneer deze niet wordt besproken tekort schieten bij sommige cliënten. Om overbehandeling te voorkomen kan een zorgwens ook duidelijkheid geven of er wel of geen wens is voor het ontvangen van mondzorg. Wij verwachten dat de kwaliteit van zorg en leven verbetert voor de dementerende ouderen die wonen in een verpleeghuis door individuele mondzorg aan te bieden in de verpleeghuizen.

De hoofdvraag

Wat is de zorgwens van de contactpersoon voor zorgafhankelijke ouderen met dementie wonende in een verpleeghuis?

Om antwoord te geven op deze vraag werd er een inventariserend cross-sectioneel onderzoek gedaan onder 63 contactpersonen en dementerende ouderen, in Noordoost Brabant. Zij werden telefonisch ondervraagd aan de hand van de vragen die beschikbaar gesteld werden door middel van de Informed-App

Vijf verschillende zorgwensen:

Uit de resultaten blijkt dat er vijf categorieën zorgwensen zijn.

  1. Controle en dagelijkse gebitsverzorging door verzorgende
  2. Periodieke controle
  3. Geen belasting (‘zo min mogelijk’)
  4. Zorgwens overlaten aan behandelaar
  5. Esthetiek (door dagelijkse gebitsverzorging)

Periodieke controle en dagelijkse gebitsverzorging door verzorgende de meest verkozen zorgwenscategorie en 25 % van de ondervraagden kiest voor categorie 3.

Onderzoek of de zorgwens van de mondhygiënist overeenkomt met die van de contactpersoon

Uit het onderzoek blijkt dat het belangrijk is dat de zorgwens van de contactpersoon meegenomen wordt in het zorgplan van een dementerende oudere in een verpleeghuis. Dit is van belang omdat de zorgwens van de contactpersoon mogelijk niet overeenkomt met het zorgplan van de mondhygiënist. Wanneer de zorgwens en het zorgplan niet overeenkomt zal er door de mondhygiënist uitleg gegeven worden over eventuele risico’s en de voor- en nadelen van een behandeling. Vervolgens zal er in overleg met de contactpersoon een behandelplan voor de desbetreffende oudere worden opgesteld. Om individuele preventie na te streven bij elke cliënt is het van belang om de contactpersonen een stem te geven. Hierdoor kunnen er betere zorgplannen opgesteld worden ten behoeve van de desbetreffende ouderen.

De onderzoekers raden aan tijdens het intakegesprek voor inhuizing in het verpleeghuis de wensen over de mondzorg te bespreken. Ten slotte wordt aangeraden om persoonlijke tandheelkundige zorg aan te bieden in het verpleeghuis, hierdoor hoeven de dementerende ouderen niet naar een tandarts- of mondhygiënistenpraktijk te reizen. Daarnaast is het prettig voor de verzorgenden om een bekend gezicht te zien, maar ook om te weten welke hulp in te schakelen als er bijvoorbeeld mondklachten zijn. Een persoonlijke samenwerking kan de samenwerkingsrelatie versterken. Door de samenwerkingsrelatie tussen verzorgenden, mondhygiënist en de contactpersoon te versterken wordt beoogt de kwaliteit van zorg in het verpleeghuis te verbeteren.

Met de informed-app te gebruiken tijdens de intake, staan de zorgwensen in een keer voor alle belanghebbenden, inclusief contactpersonen in het dossier.

 

Wil jij ook afstuderen op dit onderwerp?

Malou en Manon hebben nog wat ideeën voor vervolgonderzoek. Naar aanleiding van dit onderzoek wordt aangeraden om in een vervolgonderzoek te inventariseren hoe de mantelzorger of contactpersoon de mondzorg op peil kan houden, voor het inhuizen in het verpleeghuis. Daarnaast kan onderzocht worden hoe tijdens de thuiszorg de mondzorg verbeterd kan worden, zodat er voor inhuizing in een verpleeghuis verbetering van de gebitssituatie is opgetreden.

 

afstudeeropdrachten

Kan jouw cliënt de risico’s inschatten?

Er wordt van steeds meer mensen verwacht dat zij zelf keuzes maken over hun gezondheid, behandeling en zorg. Maar er is een groep voor wie dit niet zo eenvoudig is. Deze groep heeft sturing nodig, welke een (para)medici kan geven.

Ik ben een voorstander van zelfregie, maar het is niet iets wat voor iedereen natuurlijk komt. Ruim een kwart van de Nederlanders (29%) heeft moeite met het begrijpen en toepassen van informatie over gezondheid en ziekte. Dit zijn de mensen met lage gezondheidsvaardigheden.

Uit het onderzoek dat gepubliceerd is in het British Journal of Health Psychology  blijk dat een deel van de Nederlanders het risico dat ze lopen op diabetes, nierschade of hart- en vaatziekten NIET goed kunnen in schatten. Risico’s van 30 of 40% vinden mensen wel meevallen, terwijl experts bij dit soort risico’s meteen aan de bel trekken.

Damman, een van de onderzoekers, geeft in een online interview aan: “Het is belangrijk dat ook mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden in staat worden gesteld om geïnformeerde keuzes over gezondheid en zorg te maken, vooral omdat zij al relatief ongezond zijn en minder gebruikmaken van voorzieningen in de gezondheidszorg.

Rol voor de zorgverlener

Ik denk dat dit hier bij uitstek een rol is weggelegd voor (para)medici. Zij kunnen mensen helpen (digitale) informatie te duiden.  Waarbij de zorgverlener de wensen, mogelijkheden en barrières die de cliënt ervaart, inventariseert. En kennis toetst. Goede preventieve zorgverleners stimuleren cliënten en weten weerstand om te zetten in verandering.

Een manier om dit te doen is om de gezondheid van een persoon in een breder perspectief te zetten. Een hoog of laag bloedsuiker zegt een cliënt niet zoveel, maar langer van zijn kleinkinderen genieten waarschijnlijk wel. Dit kan ervoor zorgen dat de cliënt de voordelen van de gedragsverandering ziet, niet voor zijn gezondheid, maar voor een betere kwaliteit van leven.


Toen ik over bovenstaand onderzoek las moest ik meteen denken aan de mogelijkheden die de informed-app biedt om mensen te informeren over de tandheelkundige behandeling. Het heeft als doel cliënten voor te lichten over de mogelijke verschillende behandelingen, trajecten en consequenties, opdat zij in staat zijn een geïnformeerde keuze te maken. De informed-App is alleen beschikbaar voor mondzorgverleners.

Waar leer ik meer over voeding?

Steeds meer paramedici hebben behoefte aan verdieping met betrekking tot voeding. Een goede zaak. Wil je ook een opleiding gaan doen tot voedingsdeskundige waar moet je op letten?

Ik heb zelf drie orthomoleculaire opleidingen gedaan na mijn opleiding diëtetiek. Ik heb ook lesgegeven aan deze opleidingen. Ik spreek dus uit ervaring. Opvallend is dat veel zorgverleners een complementaire opleiding gaan doen als ze al 10 of meer jaar in het vak zitten. Ik weet niet wat de reden is, maar waarschijnlijk missen ze iets, waardoor ze opzoek gaan naar verbreding, verdieping of verklaringen.

Welke opleiding je ook kiest: Blijf altijd alert. Je moet aan eigen waarheidsvinding doen. Wees geen schaap!

Is de opleiding onafhankelijk?

Als een opleiding is gelieerd, via een stichting aan een bedrijf, wees dan altijd kritisch. Waarom wordt een bepaalde voedingsstof wel belicht en een andere niet. Is dat omdat de formules die het bedrijf verkoopt bepaalde voedingsstoffen bevatten?

De meeste opleidingen tot orthomoleculair therapeut zijn niet compleet onafhankelijk. De stichting wordt meestal gefinancierd vanuit een moederbedrijf dat supplementen verkoopt. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar met onvoldoende voedingskennis en medische basiskennis en vermogen tot kritisch denken is het lastig te onderscheiden waarom bepaalde informatie wel en niet naar voren wordt gebracht.

Wie geeft er les?

Er wordt heel veel voedingsleer gegeven en vaak niet door een voedingskundige of diëtist. Het hoeft niet zo te zijn dat iemand geen kennis van zaken heeft, maar zekerheid heb je ook niet. Je wilt toch liever ook niet dat de diëtist je rugklachten gaat behandelen nadat zij een massage-opleiding heeft gedaan.

Een arts heeft 5 dagen voedingsleer genoten gedurende de opleiding geneeskunde. En iemand die een Bachelor of Master heeft hoeft niet per se veel kennis te hebben van voeding, ten zij deze is behaald in de voedingsleer. Maar het kan natuurlijk wel zijn dat iemand zich naderhand heeft toegelegd hierop.

Wat staat er in de lesstof?

Blijf altijd kritisch ten opzichte van de lesstof. Wat is de bronvermelding. Als er een bepaalde uitspraak wordt gedaan, door welke bron is deze onderbouwd. Informatie van bedrijven is geen betrouwbare bron, diverse opleidingen ook niet per se.

Hoeveel evidence is er voor de bewering?

Soms wordt tijdens opleiding kennis over voeding als een absolute waarheid gepresenteerd. Maar als je dit aan een nader onderzoek onderwerpt blijkt dat dit is gebaseerd op onvoldoende wetenschappelijk onderzoek. Dit betekent niet dat deze kennis in de praktijk niet bruikbaar is, maar wel dat je kritisch moet kijken naar de argumentatie van je advies. Blijf evidence based handelen. Mijn voorkeur heeft daarbij de definitie van Sackett uit 2002.

Alarmbellen moeten gaan rinkelen als een bepaald voedingsmiddel standaard in de ban wordt gedaan voor iedereen: bijvoorbeeld gluten en granen met uitspraken zoals; wij als moderne mensen kunnen dit niet verdragen. Of melk met uitspraken als: dat is voor het kalfje En dus niet voor volwassen mensen.

Aanhanger van één dieet

Oervoeding, vegetarisch dieet, zuur-base dieet of Mediterraan. Wanneer adviseer je deze voedingspatronen en waarom? Dat is altijd de vraag die je jezelf moet stellen. Niet iedereen hoeft een oerdieet te starten om gezond te worden, ook al wordt dit vaak beweerd. Heeft jouw docent stokpaardjes. Blijf kritisch. Er is zowel wetenschappelijk bewijs dat een voeding volgens het vegetarisme, het paleolithisch dieet of het mediterraan dieet ondersteunt. Je advies aan de cliënt hangt af van de behandeldoelen en klachten van de cliënt

Blijf zelfstandig nadenken.

Er is niet één waarheid. Hoe meer je over een onderwerp weet, hoe meer je erachter komt dat de waarheid genuanceerd is en hoe meer je erachter komt hoe weinig je eigenlijk over een onderwerp weet. Blijf kritisch ten opzichte van de aangeboden lesstof op de opleiding.

Wil je kennis over voeding verbreden, kijk dan hier.Vergeet niet kritisch te zijn!