Help je cliënt bij het beslechten van barrières!

Gedragsverandering bestaat uit een aantal fases. Een daarvan is de besluitvormingsfase.  In deze fase neemt de patiënt het besluit om zijn gedrag te veranderen.  Barrières zijn hobbels die cliënten moeten nemen om tot uitvoering van het nieuwe gedrag te komen. Tijdens de besluitvormingsfase komen deze aanbod.

 

De belangrijkste barrières zijn (bron):

  • Opvattingen en ‘beliefs’ van de cliënt
  • Een gebrek aan wilskracht
  • Een te geringe persoonlijke effectiviteit
  • Een tekort aan vaardigheden
  • Belemmerende emoties
  • Tegenwerking of te weinig steun vanuit de sociale omgeving
  • Een gebrek aan praktische mogelijkheden
  • Drang of ‘craving’

 

Deze barrières zijn te herkennen in het kwalitatief onderzoek wat de ACTA deed. De onderzoekers beschrijven in het onderzoek de barrières die ouders ondervinden bij het promoten van de mondgezondheid van het kind.

Opvattingen en ‘beliefs’ van de cliënt

De meeste ouders onderkennen het belang van een verlaging van de suikerinname uit voeding en dranken om cariës te voorkomen. Toch zijn er ook enkele ouders, die gewoon niet geloven dat suiker schadelijk is voor het gebit. Deze barrière is te herkennen aan uitspraken als: ‘ik denk niet dat het helpt als mijn kind minder suiker gaat eten of het wordt wel gezegd dat suiker gaatjes veroorzaakt, maar dit is onzin!’

Belemmerende emoties

Ouders ervaren ook emoties die hen belemmeren om de mondgezondheid van hun kind te veranderen. Ze vinden het lastig om tegaan met het gedrag dat kinderen vertonen als ze iets niet mogen of voelen zich schuldig. Een van de ouders zegt in het onderzoek: ‘Ik zou me schuldig voelen als hij zijn beker opent en hij ziet dat er water in zit.’

Geringe persoonlijke effectiviteit

Uit het onderzoek blijkt dat dat ouders met veel zelfvertrouwen minder moeite hadden de suikerinname van hun kinderen te begrenzen. De ouders met minder zelfvertrouwen hadden hier dus meer problemen mee. Het lijkt erop dat deze ouders weinig of geen duidelijk(routine) eetpatroon hebben en duidelijkere regels.

Tegenwerking of te weinig steun vanuit de sociale omgeving

Veel ouders gaven aan dat ze weinig controle hadden over de inname van voedsel buitenshuis, bij grootouders, vrienden of buren. Een van de moeders zei: ‘Mijn moeder paste vaak op en ik vond het erg lastig haar te vragen mijn regels te volgen. Ik wilde haar niet beledigen.’

Ouders die aangaven thuis de suiker inname onder controle te hebben, gaven aan dit lastiger te vinden op school. Zij ervoeren meer druk van andere ouders, die de lunch box met ongezond voedsel vulden.

Praktische mogelijkheden

In het onderzoek geeft een moeder een praktische barrière aan: De prijs bepaald wat de kinderen eten en drinken: ‘Ik heb een zeer klein budget, ik moet heel voorzichtig zijn met mijn geld.’

Moeilijke eters

Een te geringe persoonlijke effectiviteit, te weinig steun van de sociale omgeving of een tekort aan vaardigheden kan ervoor zorgen dat ouders het moeilijk vinden de suiker consumptie te verminderen. Ouders verwoorden de barrière in het onderzoek als: ‘mijn kind houdt niet van gezond, is een moeilijke eter of houdt van zoet.’ Maar de werkelijke barrière zit in het feit dat de ouders niet weten hoe ze hier verandering in moeten brengen. Doorvragen is hier noodzakelijk om de juiste barrière te kunnen beslechten.

In de informed-app word je door de stappen van gedragsverandering geleid en ga je stap voor stap door middel van motivational interviewing met de cliënt door de fasen heen die nodig zijn om tot een besluit te komen. Wil je ook meer inzicht krijgen in de barrières die jouw cliënt heeft. Informed-app helpt je de juiste vragen te stellen en dit eenvoudig te noteren. De informed-app is alleen beschikbaar voor mondzorgverleners.

 

 

 

De zorgwens van dementerende ouderen

Vandaag nemen Manon Stultiens en Malou Willems de scriptieprijs in ontvangst. Reden om wat aandacht te besteden aan hun afstudeeropdracht met de titel:  Zorgwens van dementerende ouderen in een verpleeghuis.

Het aantal dementerenden groeit evenals het aantal ouderen in Nederland. Mensen met dementie hebben een grote kans de eindfase van hun leven in een verpleeghuis te besteden. Voor mensen met dementie is het lastig zelfstandig de mondhygiëne op peil te houden, door vergeetachtigheid, afname van mobiliteit etc. De dementerende ouderen zijn hierdoor afhankelijk van de zorg in het verpleeghuis.

Mondzorg is dus essentieel voor de algemene gezondheid en het welzijn van ouderen. Door een slechte mondhygiëne hebben mensen meer kans een hoop lichamelijke aandoeningen zoals bijvoorbeeld longontsteking, ondervoeding en een snellere kans op de dood. Uit onderzoek blijkt ook dat een slechte mondhygiëne geassocieerd wordt met een lagere kwaliteit van leven. Dit heeft te maken met pijn in de mond, niet meer durven lachen door schaamte en uit de mond ruiken waardoor mensen afstand nemen (bijvoorbeeld een kleinkind wat niet meer op schoot komt zitten). Ondanks het belang blijkt de mondzorg in de praktijk lastig uitvoerbaar. Er is sprake van een tekort aan behandeltijd, maar ook aan scholing voor de verzorgenden. De motivatie bij de verzorgenden is niet overal hoog genoeg om de nieuwe kennis te implementeren. Dit dilemma kan verlicht worden door een goede participatie tussen de zorgverlener en de contactpersoon. Bij individuele preventie is sprake van maatwerk voor elke cliënt. Hierbij wordt bedoeld dat de zorg aangepast wordt aan de wensen van deze individuele cliënt, en hierdoor op individueel niveau mondproblemen worden voorkomen. Door de zorgwens van de contactpersoon te inventariseren kan er completere mondzorg geboden worden. De zorgwens (persoonlijke invulling van de behoefte aan zorg) kan per persoon verschillen, en hierdoor wanneer deze niet wordt besproken tekort schieten bij sommige cliënten. Om overbehandeling te voorkomen kan een zorgwens ook duidelijkheid geven of er wel of geen wens is voor het ontvangen van mondzorg. Wij verwachten dat de kwaliteit van zorg en leven verbetert voor de dementerende ouderen die wonen in een verpleeghuis door individuele mondzorg aan te bieden in de verpleeghuizen.

De hoofdvraag

Wat is de zorgwens van de contactpersoon voor zorgafhankelijke ouderen met dementie wonende in een verpleeghuis?

Om antwoord te geven op deze vraag werd er een inventariserend cross-sectioneel onderzoek gedaan onder 63 contactpersonen en dementerende ouderen, in Noordoost Brabant. Zij werden telefonisch ondervraagd aan de hand van de vragen die beschikbaar gesteld werden door middel van de Informed-App

Vijf verschillende zorgwensen:

Uit de resultaten blijkt dat er vijf categorieën zorgwensen zijn.

  1. Controle en dagelijkse gebitsverzorging door verzorgende
  2. Periodieke controle
  3. Geen belasting (‘zo min mogelijk’)
  4. Zorgwens overlaten aan behandelaar
  5. Esthetiek (door dagelijkse gebitsverzorging)

Periodieke controle en dagelijkse gebitsverzorging door verzorgende de meest verkozen zorgwenscategorie en 25 % van de ondervraagden kiest voor categorie 3.

Onderzoek of de zorgwens van de mondhygiënist overeenkomt met die van de contactpersoon

Uit het onderzoek blijkt dat het belangrijk is dat de zorgwens van de contactpersoon meegenomen wordt in het zorgplan van een dementerende oudere in een verpleeghuis. Dit is van belang omdat de zorgwens van de contactpersoon mogelijk niet overeenkomt met het zorgplan van de mondhygiënist. Wanneer de zorgwens en het zorgplan niet overeenkomt zal er door de mondhygiënist uitleg gegeven worden over eventuele risico’s en de voor- en nadelen van een behandeling. Vervolgens zal er in overleg met de contactpersoon een behandelplan voor de desbetreffende oudere worden opgesteld. Om individuele preventie na te streven bij elke cliënt is het van belang om de contactpersonen een stem te geven. Hierdoor kunnen er betere zorgplannen opgesteld worden ten behoeve van de desbetreffende ouderen.

De onderzoekers raden aan tijdens het intakegesprek voor inhuizing in het verpleeghuis de wensen over de mondzorg te bespreken. Ten slotte wordt aangeraden om persoonlijke tandheelkundige zorg aan te bieden in het verpleeghuis, hierdoor hoeven de dementerende ouderen niet naar een tandarts- of mondhygiënistenpraktijk te reizen. Daarnaast is het prettig voor de verzorgenden om een bekend gezicht te zien, maar ook om te weten welke hulp in te schakelen als er bijvoorbeeld mondklachten zijn. Een persoonlijke samenwerking kan de samenwerkingsrelatie versterken. Door de samenwerkingsrelatie tussen verzorgenden, mondhygiënist en de contactpersoon te versterken wordt beoogt de kwaliteit van zorg in het verpleeghuis te verbeteren.

Met de informed-app te gebruiken tijdens de intake, staan de zorgwensen in een keer voor alle belanghebbenden, inclusief contactpersonen in het dossier.

 

Wil jij ook afstuderen op dit onderwerp?

Malou en Manon hebben nog wat ideeën voor vervolgonderzoek. Naar aanleiding van dit onderzoek wordt aangeraden om in een vervolgonderzoek te inventariseren hoe de mantelzorger of contactpersoon de mondzorg op peil kan houden, voor het inhuizen in het verpleeghuis. Daarnaast kan onderzocht worden hoe tijdens de thuiszorg de mondzorg verbeterd kan worden, zodat er voor inhuizing in een verpleeghuis verbetering van de gebitssituatie is opgetreden.

 

afstudeeropdrachten

Kan jouw cliënt de risico’s inschatten?

Er wordt van steeds meer mensen verwacht dat zij zelf keuzes maken over hun gezondheid, behandeling en zorg. Maar er is een groep voor wie dit niet zo eenvoudig is. Deze groep heeft sturing nodig, welke een (para)medici kan geven.

Ik ben een voorstander van zelfregie, maar het is niet iets wat voor iedereen natuurlijk komt. Ruim een kwart van de Nederlanders (29%) heeft moeite met het begrijpen en toepassen van informatie over gezondheid en ziekte. Dit zijn de mensen met lage gezondheidsvaardigheden.

Uit het onderzoek dat gepubliceerd is in het British Journal of Health Psychology  blijk dat een deel van de Nederlanders het risico dat ze lopen op diabetes, nierschade of hart- en vaatziekten NIET goed kunnen in schatten. Risico’s van 30 of 40% vinden mensen wel meevallen, terwijl experts bij dit soort risico’s meteen aan de bel trekken.

Damman, een van de onderzoekers, geeft in een online interview aan: “Het is belangrijk dat ook mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden in staat worden gesteld om geïnformeerde keuzes over gezondheid en zorg te maken, vooral omdat zij al relatief ongezond zijn en minder gebruikmaken van voorzieningen in de gezondheidszorg.

Rol voor de zorgverlener

Ik denk dat dit hier bij uitstek een rol is weggelegd voor (para)medici. Zij kunnen mensen helpen (digitale) informatie te duiden.  Waarbij de zorgverlener de wensen, mogelijkheden en barrières die de cliënt ervaart, inventariseert. En kennis toetst. Goede preventieve zorgverleners stimuleren cliënten en weten weerstand om te zetten in verandering.

Een manier om dit te doen is om de gezondheid van een persoon in een breder perspectief te zetten. Een hoog of laag bloedsuiker zegt een cliënt niet zoveel, maar langer van zijn kleinkinderen genieten waarschijnlijk wel. Dit kan ervoor zorgen dat de cliënt de voordelen van de gedragsverandering ziet, niet voor zijn gezondheid, maar voor een betere kwaliteit van leven.


Toen ik over bovenstaand onderzoek las moest ik meteen denken aan de mogelijkheden die de informed-app biedt om mensen te informeren over de tandheelkundige behandeling. Het heeft als doel cliënten voor te lichten over de mogelijke verschillende behandelingen, trajecten en consequenties, opdat zij in staat zijn een geïnformeerde keuze te maken. De informed-App is alleen beschikbaar voor mondzorgverleners.

Waar leer ik meer over voeding?

Steeds meer paramedici hebben behoefte aan verdieping met betrekking tot voeding. Een goede zaak. Wil je ook een opleiding gaan doen tot voedingsdeskundige waar moet je op letten?

Ik heb zelf drie orthomoleculaire opleidingen gedaan na mijn opleiding diëtetiek. Ik heb ook lesgegeven aan deze opleidingen. Ik spreek dus uit ervaring. Opvallend is dat veel zorgverleners een complementaire opleiding gaan doen als ze al 10 of meer jaar in het vak zitten. Ik weet niet wat de reden is, maar waarschijnlijk missen ze iets, waardoor ze opzoek gaan naar verbreding, verdieping of verklaringen.

Welke opleiding je ook kiest: Blijf altijd alert. Je moet aan eigen waarheidsvinding doen. Wees geen schaap!

Is de opleiding onafhankelijk?

Als een opleiding is gelieerd, via een stichting aan een bedrijf, wees dan altijd kritisch. Waarom wordt een bepaalde voedingsstof wel belicht en een andere niet. Is dat omdat de formules die het bedrijf verkoopt bepaalde voedingsstoffen bevatten?

De meeste opleidingen tot orthomoleculair therapeut zijn niet compleet onafhankelijk. De stichting wordt meestal gefinancierd vanuit een moederbedrijf dat supplementen verkoopt. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar met onvoldoende voedingskennis en medische basiskennis en vermogen tot kritisch denken is het lastig te onderscheiden waarom bepaalde informatie wel en niet naar voren wordt gebracht.

Wie geeft er les?

Er wordt heel veel voedingsleer gegeven en vaak niet door een voedingskundige of diëtist. Het hoeft niet zo te zijn dat iemand geen kennis van zaken heeft, maar zekerheid heb je ook niet. Je wilt toch liever ook niet dat de diëtist je rugklachten gaat behandelen nadat zij een massage-opleiding heeft gedaan.

Een arts heeft 5 dagen voedingsleer genoten gedurende de opleiding geneeskunde. En iemand die een Bachelor of Master heeft hoeft niet per se veel kennis te hebben van voeding, ten zij deze is behaald in de voedingsleer. Maar het kan natuurlijk wel zijn dat iemand zich naderhand heeft toegelegd hierop.

Wat staat er in de lesstof?

Blijf altijd kritisch ten opzichte van de lesstof. Wat is de bronvermelding. Als er een bepaalde uitspraak wordt gedaan, door welke bron is deze onderbouwd. Informatie van bedrijven is geen betrouwbare bron, diverse opleidingen ook niet per se.

Hoeveel evidence is er voor de bewering?

Soms wordt tijdens opleiding kennis over voeding als een absolute waarheid gepresenteerd. Maar als je dit aan een nader onderzoek onderwerpt blijkt dat dit is gebaseerd op onvoldoende wetenschappelijk onderzoek. Dit betekent niet dat deze kennis in de praktijk niet bruikbaar is, maar wel dat je kritisch moet kijken naar de argumentatie van je advies. Blijf evidence based handelen. Mijn voorkeur heeft daarbij de definitie van Sackett uit 2002.

Alarmbellen moeten gaan rinkelen als een bepaald voedingsmiddel standaard in de ban wordt gedaan voor iedereen: bijvoorbeeld gluten en granen met uitspraken zoals; wij als moderne mensen kunnen dit niet verdragen. Of melk met uitspraken als: dat is voor het kalfje En dus niet voor volwassen mensen.

Aanhanger van één dieet

Oervoeding, vegetarisch dieet, zuur-base dieet of Mediterraan. Wanneer adviseer je deze voedingspatronen en waarom? Dat is altijd de vraag die je jezelf moet stellen. Niet iedereen hoeft een oerdieet te starten om gezond te worden, ook al wordt dit vaak beweerd. Heeft jouw docent stokpaardjes. Blijf kritisch. Er is zowel wetenschappelijk bewijs dat een voeding volgens het vegetarisme, het paleolithisch dieet of het mediterraan dieet ondersteunt. Je advies aan de cliënt hangt af van de behandeldoelen en klachten van de cliënt

Blijf zelfstandig nadenken.

Er is niet één waarheid. Hoe meer je over een onderwerp weet, hoe meer je erachter komt dat de waarheid genuanceerd is en hoe meer je erachter komt hoe weinig je eigenlijk over een onderwerp weet. Blijf kritisch ten opzichte van de aangeboden lesstof op de opleiding.

Wil je kennis over voeding verbreden, kijk dan hier.Vergeet niet kritisch te zijn!

 

 

 

 

Problemen in de mond schakel de diëtist in!

Voeding speelt een hele belangrijke rol bij de preventie van (mond)gezondheidsproblemen. Daarom is het belangrijk dat tandartsen en mondhygiënisten standaard een preventieve voedingsanamnese gaan afnemen bij hun cliënten, om zo een volledige risico-inschatting te kunnen maken! Een voedingsanamnese neem je NIET alleen af als je al cariës ziet! Dat is veel te laat. Dat is geen preventie!

Met het afnemen van de preventieve voedingsanamnese krijg je inzicht in de voeding en daarmee ook in de gezondheid van de cliënt. Met de preventieve voedingsanamnese vraag je naar de risico’s voor ondervoeding, eetstoornissen, kwantiteit en frquentie van de inname van suiker, voedingszuren en groente en fruit.

Als je voeding als vak verstaat is het natuurlijk prima om zelf voedingsadviezen te geven. Het is wel aan te raden door te verwijzen naar een diëtist in de volgende gevallen:

  • Als er sprake is van een gecompliceerd voedingsadvies bij co-morbiditeit en er met diverse factoren rekening gehouden moet worden.
  • Als er aanvullend onderzoek nodig is naar bijvoorbeeld voedselovergevoeligheid of voedingsdeficiënties.
  • Als je onvoldoende resultaat bereikt met de voedingsadviezen die je hebt gegeven.

Klik op de link als je aan de slag wilt met de voedingsanamnese of als je graag meer kennis wilt over voeding.

Hoe ziet een goede intake eruit?

Deze blog is afgestemd op het mondzorgconsult, maar is zeker het lezen waard voor iedere andere zorgprofessional.

Je hebt voor een goede behandeling eigenlijk een totaaloverzicht nodig, waardoor  je het (voedings-en) mondzorg advies veel beter afstemmen op de cliënt.Een goede intake neemt behoorlijk wat tijd in beslag. en hoe zorg je dat je alle informatie makkelijk opslaat?  Dat is wat Tiffany Claus dacht toen ze begon aan de ontwikkeling van de Informed-App applicatie. Samen met Louise Witteman ontwikkelde ze de informed-app op basis van klinische ervaring en de geldende (praktijk)richtlijnen en consensus.

Je hebt best veel informatie nodig om met je cliënt aan de slag te gaan.  Bij een risicoanalyse wil je namelijk alle risicofactoren in kaart brengen. Dat kan niet zonder de juiste informatie. Je hoeft niet alle anamneses tijdens het eerste consult af te nemen. Dat kan ook verdeeld over een aantal consulten, maar om bijvoorbeeld een risicoanalyse te doen heb je al 5 anamneses nodig:

  1. De sociale anamnese
  2. De medische anamnese
  3. De preventieve voedingsanamnese
  4. De zelfzorg-anamnese
  5. Leefgewoonte anamnese.

Toen ik zelf nog praktijk had stuurde ik al mijn klanten vooraf een brief met uitgebreide vragenlijst. Mensen waren op die manier al geïnformeerd. In de brief stond ook dat ze niet hoefde in te vullen wat ze niet wilden. Ik begrijp dat het best gek is om veel informatie te geven aan iemand die je niet kent. Toch is de informatie die ik aan het begin van een behandeling kreeg voor mij van onschatbare waarde gebleken. Niet alleen ik kreeg veel inzicht in dingen die anders niet ter sprake waren gekomen, ook patiënten gingen nadenken…..waarom wil ze dat weten, hoe beïnvloedt dat mijn klacht. Met de informed-app kan je de vragenlijst (gedeeltelijk) digitaal laten afnemen in de wachtkamer.

De sociale anamnese 

Dagbesteding, hobby’s en opleidingsniveau helpen je een beeld te vormen van de overige risico’s factoren. Heeft de cliënt een hobby of werk dat het gebit kan aantasten? Zijn de ouders van het kind gescheiden. Bij wie is de patiënt dagelijks?

Medische informatie

Deze vragenlijst bevat naast de ASA-checklist vragen over aandoeningen die een risico vormen voor de mondgezondheid zoals eetstoornissen, syndroom van Sjögren en reflux oesophagitis.

Zelfzorg

Hoe reinigt een cliënt thuis zijn gebit? Deze uitgebreide informatie geeft je een goed inzicht in hoe hij dit doet. Je kan de lijst ook gebruiken om te evalueren of je behandeling aanslaat.

De preventieve voedingsanamnese

De (preventieve) voedingsanamnese geeft je inzicht in risicogedragingen: de hoeveelheid suiker en zuur, de kwaliteit van de voeding en de frequentie van de maaltijden en het risico op ondergewicht. Dit geeft je een eerste indruk, of als je de uitgebreide anamnese afneemt een duidelijke indruk van de voeding en de invloed op het gebit.

Leefgewoonten

De vragenlijst leefgewoonten geeft je inzicht in het gebruik van drugs, alcohol, rookgewoonte en beweging. Hoe vaak gebruikt jouw cliënt partydrugs? Hoeveel alcoholconsumpties gebruikt hij of zij gemiddeld per week. En beweegt jouw cliënt voldoende?

 

Om het traject van gedragsverandering in te gaan kunnen de volgende anamneses van toepassing zijn.

Stressniveau

Preventie betekent vaak dingen aanpassen in je leefgewoonten. Maar op sommige momenten in je leven is dit lastiger, namelijk als er veel stressvolle gebeurtenissen zijn. Ook kan het inzicht geven in verergering van parodontitis of verklaren waarom klachten lijken te chronificeren. Maar een heftige gebeurtenis kan ook om uitstel van gedragsverandering vragen, omdat iemand andere prioriteiten heeft.

Zorg-richting

Wat wil jouw cliënt met zijn gezondheid? Heeft hij dezelfde ideeën over de toekomst van zijn gebit als jij? Met de vragenlijst zorgrichting krijg je eenvoudig inzicht in de wensen van de cliënt. Op deze manier kan je doelen stellen compliant met de wensen van de cliënt.

Motivatie

Motivational interviewing is een belangrijk onderdeel van de therapie, waarbij je je cliënt helpt zijn motivatie te vinden. Met de vragenlijst loop je eenvoudig door de stappen heen (en staat alles gelijk netjes genoteerd)

Algemene klachten

Veel mensen komen maar 2 x per jaar bij de mondzorgverlener. Niet alle klachten hoeven op dat moment zichtbaar te zijn. Met deze vragenlijst vraag je klachten uit zoals aften, koortslip, brandend gevoel in de mond, maar ook vind je hier de vragenlijst droge mond.

De behandeling wordt veiliger (de kans dat je iets vergeet uit te vragen is kleiner, effectiever (je weet meer over de cliënt en kan daardoor de behandeling beter afstemmen) en leuker (je gaat verbanden zien die mogelijk tot nu toe aan je voorbij zijn gegaan).

 

Ben je geïnteresseerd in de informed-app, kijk dan eens hier

 

de sociale anamnese

We benaderen onze cliënten allemaal op onze eigen manier.
Als je een cliënt voor de eerste keer in de praktijk ziet begin je vragen te stellen,  maar je doet ook inschattingen, aan de hand van iemands voorkomen. Je schat in uit wat voor een milieu iemand komt. Waar uit je afleidt hoe je jouw cliënt het beste kan benaderen. Maar dit gaat niet altijd goed. Is die thuismoeder met dat vlekkerig shirt niet gewoon een universitair geschoolde econoom? Volgens mij vaker dan we willen toegeven.

Deze inschattingen worden beïnvloed door bias. Een onbewuste houding die we hebben ten opzichte van religie, afkomst, etniciteit, geaardheid, voorkomen, leeftijd, rijkdom en meer. Ze beïnvloeden veel keuzes in ons dagelijks leven en omdat bias werkt als een reflex, zijn ze lastig voor onszelf te herkennen.

Het lukraak inschatten van omstandigheden en het op basis van een gevoel adviezen vergroten de kans op bias. Bias staat opbjectieve interpretatie in de weg. Toch voelen veel mondzorgprofessionals schroom bij het uitvragen van een sociale anamnese. Maar zonder kan echt niet! De sociale anamnese helpt je niet alleen bij het verkleinen van bias. We vragen ons ook af hoe je preventieve adviezen kan geven als je niet weet welke sport iemand doet, wat het opleidingsniveau is en hoe de thuissituatie is?

Onlangs vertelde een collega-diëtiste dat een mondzorgverlener i.o. haar ging uitleggen wat koolhydraten zijn en waar suikers inzitten.
Echt serieus genomen voelde zij zich niet… En dat terwijl dit eenvoudig te voorkomen was geweest met een gestructureerde sociale anamnese.

De sociale anamnese heb je nodig om:

  • Bias te verkleinen en bij jezelf te herkennen.
  • Een goede inschatting te kunnen maken van de risico’s die jouw cliënt loopt met betrekking tot het gebit (risico op cariës, peri-implantitis etc.).
  • De juiste voorlichtingsmaterialen mee te geven op het juiste lees en interesse niveau. Op basis hiervan kan je inschatten of je filmpjes, folders op B1 niveau of een boek kan adviseren.
  • De sociale anamnese helpt je ook bij het uitvragen van de motivatie en barrières bij gedragsverandering.

Kijk voor meer informatie over onze Informed-App anamneses HIER

Prevention over cure. Alleen wetenschap of is het meer?

Reactie van ACTA medewerkers op van boek Yvonne Kort
Ik las het artikel van 2 ACTA medewerkers in het AD als reactie op het boek van Yvonne Kort.
Het boek van Yvonne heb ik niet gelezen en ik ken de inhoud niet. Maar ik voelde wel de behoeft iets te delen over mijn ervaring met de wetenschap.

In 2010 bracht ik de voedingspiramide uit als alternatief voor voorlichtingsmodel de schijf van vijf, die toen nog veel bewerkte voeding adviseerde.
Ons model was gebaseerd op de adviezen van de Gezondheidsraad, aangevuld met de eerste inzichten van vooruitstrevende wetenschappers zoals Mozzafarian en onze ervaring in de praktijk.
Daaruit bleek gewoon dat als we mensen volgens de schijf van vijf lieten eten, ze zich niet beter gingen voelen.

We hebben echt heel wat over ons heen gekregen, terwijl wij elke stap en keuze in ons model konden onderbouwen.
Geen enkele wetenschapper die ons met interesse heeft benaderd (de wetenschappelijke houding die je verwacht), maar nee, helaas in plaats daarvan alleen weerstand.
Een aantal jaren later is de schijf van vijf (2015) naar de voedingspiramide (visie) opgeschoven.

2 kwi’s per dag
Een ACTA collega geeft al jaren het advies 2 kiwi’s per dag bij parodontitis. Dit advies is niet volledig wetenschappelijk onderbouwd.
Echter het wordt al jaren in “wandelgangen” overgenomen. Waar is kritische reactie hierop?
Wat is het verschil met het het artikel van Yvonne Kort?
Een open discussie met Yvonne zou meer op zijn plek zijn geweest. Een paramedici die zijn die zijn nek uitsteekt wordt schijnbaar direct aangevallen.

Advies geven in de praktijk kan niet zuiver wetenschappelijk zijn.
Het is immers geen onderzoekssetting: mensen maken een echtscheiding door, zijn onzeker over hun eigen kunnen of hebben moeite met ontspannen.
Het is aan ons om de patiënt te horen, te motiveren en te helpen bij het veranderen van gedrag.
Soms moet je dan aan de andere kant van de klacht beginnen… misschien wel met een plant in huis halen. Of jezelf belonen met een bos bloemen?

Evidence based werken volgens EBP is de beste optie…
Err is geen wetenschappelijk bewijs voor veel van onze acties in de dagelijkse praktijk, aspirine is daar het bekendste voorbeeld van.
Een groot deel van het medisch handelen is niet gefundeerd op wetenschappelijk onderzoek, maar op praktijkervaring.

Wetenschappers houd een open mind!
Als iets niet wetenschappelijk bewezen is, betekent dit niet per se dat dit niet werkt. Het betekent alleen dat het niet onderzocht is.
Een wetenschapper zou in dat geval met een open mind hier naar moeten kijken (wat helaas niet vaak gebeurd).

Paramedici verkoop geen onzin
(Para)medici of gezondheidscoaches mogen een niet bewezen behandeling niet als een waarheid verkopen maar als een mogelijkheid (met lage evidence) om iets aan het probleem te doen (dit gebeurt helaas ook vaak niet). Dit kan als  andere betere bewezen methodes hebben gefaald, niet past bij de wensen van de client of als onderdeel van een aantal veranderingen die nodig zijn om een doel te behalen. Het model dat je hier voor kan gebruiken is het model van David Sackett (1996):

“Het gewetensvol, expliciet en oordeelkundig gebruik van het huidige beste externe bewijs bij het nemen van beslissingen over de zorg voor individuele patiënten, rekening houdend met de ervaring en het inzicht van de beroepsbeoefenaar en de wensen, voorkeuren en verwachtingen van patiënten”

Prevention over cure tips voor wetenschappers:

  • Vooruitstrevende paramedici, die weerstand oproepen, hebben vaak kennis die wetenschappers kunnen gebruiken bij het maken van een onderzoeksopzet.
  • Paramedici zien in de praktijk vaak al dingen die nog onderzocht moeten worden. Ze lopen vooruit op de wetenschap.
  • Blijf als wetenschapper zelf werken in de praktijk, daar wordt iedereen beter van
  • Help paramedici bij het interpreteren van onderzoek en het oplossen van vraagstukken waar de wetenschap nog geen kant-en-klaar antwoord op heeft.
  • Doe onderzoek naar dingen waar de patiënt mee is geholpen, geen onderzoek om mee te scoren
  • Ga de samenwerking aan met paramedici. praat met ze. Ze hebben een verhaal.
  • Wetenschap is geen geloof, maar een methode. Er gaat ook veel mis. Lees daar voor de volgende link: mis in de wetenschap.

Prevention over cure tips voor paramedici:

  • Paramedici, werk samen met verschillende beroepsgroepen. Lees ons artikel hierover hier.
  • Blijf je gezond verstand en kennis van de fysiologie en pathologie gebruiken.
  • Suiker natuurlijk of niet natuurlijk hebben beide hetzelfde effect. Het verschil tussen het effect van suikers wordt door andere factoren bepaald.Wil iemand zijn eigen mening vormen over het boek van Yvonne de kort? Dat kan hier